Kwaliteit wordt geleverd door professionals. Door betrokken mensen die in redelijke autonomie kunnen doen waar ze voor in de wieg gelegd zijn. Een docent moet bezig zijn met lesgeven en een zorgverlener met het verlenen van zorg. Alles wat afleidt van het primair proces (meer management, meer administratie, meer controle en meer toezicht) verbetert niet zozeer de kwaliteit, maar ondergraaft de autonomie van de professional. En dat moeten we zo min mogelijk willen.
“Het is goed dat de overheid nu benadrukt dat leraren beter moeten worden opgeleid. Maar dat betekent nog niet dat de beste leraren voor de klas komen te staan. Want daarvoor is een onderwijsstelsel nodig dat ruimte biedt voor vrijheid, creativiteit en intelligentie. De trend in het onderwijs is echter meer controle en toezicht”, constateert prof. James Kennedy in zijn column in Trouw. Finland geeft wat hem betreft het goede voorbeeld. “De kern van de succesvolle aanpak in Finland is de autonomie van het onderwijsteam”, zegt Kennedy. “Gezamenlijk dragen deze leraren verantwoordelijkheid voor wat er op hun school gebeurt”.
Kijkend naar de hoge kwaliteit van het onderwijs in Finland lijkt James Kennedy een punt te hebben. De insteek die we in Nederland lijken te kiezen om de (onderwijs)kwaliteit te verbeteren is anders. In plaats van echt vertrouwen te geven aan professionals, kiezen wij ervoor om scholen normen op te leggen waarvan we vermoeden dat ze te maken hebben met echte kwaliteit. En die door de onderwijsinspectie te laten controleren. Rector Gerard Olthof beschrijft in de volkskrant een paar voorbeelden van bemoeienis uit het recent aangenomen wetsvoorstel over het inspectietoezicht op scholen.
Olthof: “Zij gaan zich bemoeien met het pedagogisch-didactische proces in de klas. Zo moeten de gekozen lesactiviteiten een logische samenhang vertonen en moet de leraar duidelijke voorbeelden noemen die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Ook moeten werkvormen worden gebruikt die de leerling activeren en moet de leraar op inspirerende wijze het leerproces in het schoolvak faciliteren. Verder dient de dialoog in de klas te worden gedomineerd door vragen van de leerling en moet de feedback van de docent meer gericht zijn op de vooruitgang van de leerling dan op correctie. In het nieuwe inspectiekader worden tientallen van dergelijke indicatoren van zogenaamd goed onderwijs genoemd”.
Er is niet alleen kritiek vanuit het onderwijsveld. De Algemene Rekenkamer merkt op dat de stevige controle op de uitvoering van de regelgeving in het MBO een forse administratieve last betekent. En dat het onderwijs daar niet beter van wordt. De sancties zijn disproportioneel en er zitten volgens de Algemene Rekenkamer veel haken en ogen aan de manier van toezicht. Er is weinig ruimte voor de eigen inspiratie, flexibiliteit en deskundigheid van het onderwijzend personeel.
Er is heus nagedacht over de kwaliteitsindicatoren waarop de onderwijsinspectie gaat controleren. (Eerlijk gezegd komen ze mij over als een verzameling open deuren). En wat die controle betreft zal de soep hopelijk niet zo heet gegeten worden als ze wordt opgediend. Maar rector Gerard Olthof heeft gelijk wanneer hij stelt dat het werk in het klaslokaal moet worden overgelaten aan de professional. En dat een onderwijsteam moet kunnen bepalen wat kwalitatief goed onderwijs is. In de woorden van Jeroen Dijsselbloem naar aanleiding van het parlementair onderzoek over de onderwijsvernieuwing: “Wat er geleerd moet worden, daar mag de overheid over gaan. Hoe dat moet gebeuren is aan de professionals.”
wishingjewel
1 februari 2013
Wakker worden Nederland. Het onderwijs (en nog heel veel meer zaken) zijn verzand in bureaucratie en eigenbelang. Immers, vroeger gold al, hoe meer personeel hoe belangrijker ik ben en hoe meer salaris ik kan vragen. Iemand die met hart en ziel kiest voor onderwijs zal altijd het beste in zichzelf naar boven brengen; en daarmee ook van zijn toehoorders, lees leerlingen. Discipline hoort daarbij, geen administratieve rompslomp.
Marco van Zandwijk
1 februari 2013
Mooi pleidooi! Hier schrijft iemand met kennis en ervaring van de werkvloer. Nederland heeft deze verbindingen hard nodig om het onderwijs 3.0 handen en voeten te gaan geven. Deze week sprak ik een bevlogen locatie-directeur die helder kon omschrijven hoe hij in zijn dagelijkse werk ervaart hoe doel en middel nog al eens met elkaar worden verward. Dit oa door de wijze waarop ons ‘oude regelsysteem’ (dat zich laat leiden door een oneindige reeks van protocollen en controlezucht) disfunctioneert. Hij doelde daarmee oa op de wijze waarop de onderwijsinspectie wordt ingezet. Ben nieuwsgierig hoe jij hier vanuit jouw professie tegen aankijkt en welke ideeën je daar over hebt.
Juul van de Kolk
2 februari 2013
Het is me uit het hart gegrepen. Ik zou zeggen: “gebaat bij vrijheid en authenciteit”. Persoonlijk heb ik het meest geleerd bij leraren, die echt wat te zeggen hadden, die er werk van maakten, die betekenis en zin gaven aan hun boodschap. Leren moest ik zelf doen, maar het perspectief om te leren en verband te zien werd mij aangereikt door leraren met visie. In het vormingswerk werkende jongeren heb ik gezien hoe drop-outs uit het onderwijs zich konden ontwikkelen. Het team van vormingswerkers begon bij de mogelijkheden van de leerling en niet van hun onmogelijkheden zoals de school waar ze niet geschikt voor waren. Dat team moest wel enorm investeren in zichzelf en in kwaliteit van het leerproces. Dan kon alleen maar vanuit de motivatie van de teamleden in vrijheid en authenciteit maar in samen- werkingsverband.
Blijft staan dat het civil effect van het onderwijsproces bepalend is voor wat je ermee kunt in de samenleving.
Die vrijheid en authenciteit heeft zijn betekenis op alle levensgebieden. Dat geldt ook voor participatie, wonen, zorg en welzijn. De mensen moeten het zelf en voor elkaar doen, maar ze moeten de vrijheid hebben om het doen op hun manier, naar hun mogelijkheden.
anton hoven
3 februari 2013
Professionaliteit en leraren; daar is bij velen van hen nog een wereld van verschil.Schoolboekexplicateura zijn er nog veel. De schoolboekuitgevers sturen hun onderwijs. Leraren zoals Juul van der kolk weergeeft, kom ik helaas nog niet zoveel tegen; ik schat dat de helft van hen niet aan die standaard niet haalt.
Enige sturing, beinvloeding en (her)scholing zou niet slecht zijn. Ik vind het jammer dat dit op deze zondagmorgen zomaar uit mijn pen vloeit.
renepetersoss
3 februari 2013
@Anton, Sturing en (bij)scholing zijn zeker niet slecht. Maar die leg je van een afstand niet op wat mij betreft. Registerleraar enz.. papieren verantwoording. Elkaar beoordelen en bevragen in teamverband. Daar zie ik meer in.
anton hoven
4 februari 2013
Dag Rene, ik vind me in goed gezeldschap. In een ingezonden stukje van de hoofdinspecteur van het voortgezet onderwijs staat dat vele leraren het leraarvak niet verstaan en dongeveer de helft van de leraren niet adequaat met differentiatie in de klas kunnen omgaan. Samen van elkaar leren, intervisie, enklassebezoek vind ik ook de meeste, maar nog lange weg.