Kwaliteit is gebaat bij vrijheid

Posted on 1 februari 2013

6


Kwaliteit wordt geleverd door professionals. Door betrokken mensen die in redelijke autonomie kunnen doen waar ze voor in de wieg gelegd zijn. Een docent moet bezig zijn met lesgeven en een zorgverlener met het verlenen van zorg. Alles wat afleidt van het primair proces (meer management, meer administratie, meer controle en meer toezicht) verbetert niet zozeer de kwaliteit, maar ondergraaft de autonomie van de professional. En dat moeten we zo min mogelijk willen.

“Het is goed dat de overheid nu benadrukt dat leraren beter moeten worden opgeleid. Maar dat betekent nog niet dat de beste leraren voor de klas komen te staan. Want daarvoor is een onderwijsstelsel nodig dat ruimte biedt voor vrijheid, creativiteit en intelligentie. De trend in het onderwijs is echter meer controle en toezicht”, constateert prof. James Kennedy in zijn column in Trouw. Finland geeft wat hem betreft het goede voorbeeld. “De kern van de succesvolle aanpak in Finland is de autonomie van het onderwijsteam”, zegt Kennedy. “Gezamenlijk dragen deze leraren verantwoordelijkheid voor wat er op hun school gebeurt”.

Kijkend naar de hoge kwaliteit van het onderwijs in Finland lijkt James Kennedy een punt te hebben. De insteek die we in Nederland lijken te kiezen om de (onderwijs)kwaliteit te verbeteren is anders. In plaats van echt vertrouwen te geven aan professionals, kiezen wij ervoor om scholen normen op te leggen waarvan we vermoeden dat ze te maken hebben met echte kwaliteit. En die door de onderwijsinspectie te laten controleren. Rector Gerard Olthof beschrijft in de volkskrant een paar voorbeelden van bemoeienis uit het recent aangenomen wetsvoorstel over het inspectietoezicht op scholen.

Olthof: “Zij gaan zich bemoeien met het pedagogisch-didactische proces in de klas. Zo moeten de gekozen lesactiviteiten een logische samenhang vertonen en moet de leraar duidelijke voorbeelden noemen die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Ook moeten werkvormen worden gebruikt die de leerling activeren en moet de leraar op inspirerende wijze het leerproces in het schoolvak faciliteren. Verder dient de dialoog in de klas te worden gedomineerd door vragen van de leerling en moet de feedback van de docent meer gericht zijn op de vooruitgang van de leerling dan op correctie. In het nieuwe inspectiekader worden tientallen van dergelijke indicatoren van zogenaamd goed onderwijs genoemd”.

Er is niet alleen kritiek vanuit het onderwijsveld. De Algemene Rekenkamer merkt op dat de stevige controle op de uitvoering van de regelgeving in het MBO een forse administratieve last betekent. En dat het onderwijs daar niet beter van wordt. De sancties zijn disproportioneel en er zitten volgens de Algemene Rekenkamer veel haken en ogen aan de manier van toezicht. Er is weinig ruimte voor de eigen inspiratie, flexibiliteit en deskundigheid van het onderwijzend personeel.

Er is heus nagedacht over de kwaliteitsindicatoren waarop de onderwijsinspectie gaat controleren. (Eerlijk gezegd komen ze mij over als een verzameling open deuren). En wat die controle betreft zal de soep hopelijk niet zo heet gegeten worden als ze wordt opgediend. Maar rector Gerard Olthof heeft gelijk wanneer hij stelt dat  het werk in het klaslokaal moet worden  overgelaten aan de professional. En dat een onderwijsteam moet kunnen bepalen wat kwalitatief goed onderwijs is. In de woorden van Jeroen Dijsselbloem naar aanleiding van het parlementair onderzoek over de onderwijsvernieuwing: “Wat er geleerd moet worden, daar mag de overheid over gaan. Hoe dat moet gebeuren is aan de professionals.”

Posted in: Uncategorized