Bestaanszekerheid en zorg

Posted on 13 november 2018

0


Gisteren sprak de Tweede Kamer in een zogenaamd wetgevingsoverleg over de (deel)begroting jeugd. Als woordvoerder legde ik in mijn bijdrage de nadruk op vier dingen. Ten eerste de regel- en verantwoordingsdruk. Ten tweede de samenwerking van gemeenten in regio’s. Dan de relatie tussen bestaanszekerheid en jeugdzorg.  En tenslotte de gewenste reikwijdte van onze zorg. Vandaag schrijf ik in deze blog over bestaanszekerheid en zorg.

Wanneer iemand zich meldt bij bijvoorbeeld een wijkteam, is de kans groot dat hij meer dan een probleem heeft. Niet altijd natuurlijk. Maar vaak spelen er ook zaken rondom werk, inkomen, gezondheid en wonen. Sterker nog. Het lijkt me zeer waarschijnlijk dat een behoorlijk deel van de problemen waarmee onze jeugd kampt, rechtstreeks te herleiden zijn tot problemen op het gebied van bestaanszekerheid. Met andere woorden: als de absolute basis niet op orde is, ontstaan er ook andere problemen.

Wie mensen echt vooruit wil helpen, ook op het gebied van jeugdzorg, kan niet anders dan integraal kijken. Dus niet alleen naar het drukke gedrag van een kind. Maar ook naar bijvoorbeeld de stress die het hebben van schulden voor ouders met zich meebrengt. Wie doodsbang is dat er beslag gelegd wordt op de inboedel, of vreest uit huis te worden gezet, heeft tijdelijk misschien andere prioriteiten dan het bieden van structuur aan een lastige puber.

Wanneer ouders uit elkaar gaan, doet dat altijd pijn. Wanneer ze uit elkaar gaan met ruzie helemaal. En als ruziënde ouders  wel hun relatie kunnen stoppen, maar noodgedwongen onder een dak moeten blijven wonen, wat doet dat dan met de kinderen? Er zijn voorbeelden te over. Problemen op het gebied van inkomen, werk, wonen en gezondheid, hebben direct invloed op kinderen. Inzet op jeugdzorg zonder de achterliggende problemen aan te pakken is volgens mij volkomen zinloos.

Wie zijn huur niet kan betalen moet zijn huis uit. Veel gemeenten maken afspraken met woningbouwcorporaties om uithuiszettingen zoveel mogelijk te voorkomen. Het werkt niet altijd even goed. Maar gezinnen met kinderen zijn door de wet nog wel beschermd. Toch komen nog steeds kinderen in de maatschappelijke opvang of jeugdinstelling, omdat de ouders uit hun (particulier gehuurde) huis zijn gezet. Dat is schadelijk. En dat is duur. Bovendien is het nutteloos. Want na verloop van tijd krijgen ze weer een woning toegewezen. Een woning die vergelijkbaar is met die waar ze zijn uitgezet.

Dat kan en moet anders. Een tijdje geleden heb ik staatssecretaris Van Ark door middel van een motie gevraagd in gesprek te gaan met de VNG, zodat alle gemeenten sluitende afspraken maken met woningbouwcorporaties. En gisteren heb ik aan minister De Jonge door middel van een andere motie gevraagd wat er nodig is om uithuiszettingen verder te voorkomen. En, mochten de extra diensten of begeleiding van de maatschappelijke opvang echt noodzakelijk zijn, deze dan bij mensen thuis te laten plaatsvinden. Maatschappelijke opvang in je eigen huis. Dat is pas omdenken.

 

 

Posted in: Uncategorized