Sturen op maximale kwaliteit? Niet per se een goed idee

Posted on 9 april 2014

1


Mensen willen graag het beste van het beste. Zeker wanneer er niet op een cent gekeken hoeft te worden. Maar soms is goed genoeg ook voldoende. En heeft streven naar het beste onbedoelde negatieve effecten. Een paar voorbeelden uit de praktijk.

Ik sprak laatst twee leden van een afdeling van de Katholieke Bond voor Ouderen (KBO) uit een andere gemeente. Er is voor het verenigingsleven in hun kern een prachtige multifunctionele accommodatie (MFA) neergezet. “Schitterend hoor, maar wij hebben er niet om gevraagd. De huur in die MFA is veel te hoog. Wij blijven mooi zitten waar we zitten. In die MFA kunnen we de huur niet betalen. Dat die MFA nu grote moeite heeft de exploitatie rond te krijgen is echt niet òns probleem.” Ook in de gemeente Oss zijn hele dure MFA’s gebouwd. Die voldoen aan alle eisen die met de toekomstige huurders zijn vastgesteld. Soms ook met subsidie van de provincie. Voor iedere euro gemeentegeld betaalde de provincie geld bij. “Hoe meer gemeentegeld, hoe meer de provincie geeft. En het zou toch jammer zijn om daar niet maximaal gebruik van te maken?” Ook in onze gemeente vinden potentiële gebruikers de huur vaak duur. En ook in onze gemeente krijgen sommige besturen de exploitatie van hun MFA dus niet of nauwelijks rond. Kwaliteit kost geld. Niet alleen in aanschaf maar ook in exploitatie. Daar is helaas niet altijd door iedereen even goed bij stil gestaan.

Nog een voorbeeld: “Vroeger had ons dorp een eigen peuteropvang. Die kon gewoon zonder al te veel poespas open blijven. Ook voor een klein aantal kinderen. En die kinderen gingen daarna gewoon naar de school in ons dorp. Maar sinds een aantal jaar zijn ze steeds strenger geworden. En wordt er aan de opvang van kinderen hoge eisen gesteld. Opvang van een klein aantal kinderen is sindsdien niet meer rendabel. Onze opvang moest dus sluiten. Ouders brengen hun kinderen nu een dorp verderop. Ook die opvang sluit mooi aan op de school in dat dorp. Veel ouders laten hun kind dus ook daar naar school gaan. In ons dorp bestaat door al die eisen geen opvang meer. En straks ook geen school.”

Een derde voorbeeld. Landelijk onderzoek wees uit dat de luchtkwaliteit in veel klaslokalen niet goed was. En dat hindert kinderen bij het leren. Gelukkig waren er ingenieuze ventilatiesystemen op de markt. Dat werkt nog beter dan het open zetten van een raam. Met hulp van de overheid werden veel scholen van zo’n installatie voorzien. Dat was heel prettig. Prettig voor kinderen en docenten. Maar niet prettig voor de financiën van de school. De aanschaf van die systemen was niet zo duur. En bovendien kunstmatig laag gehouden door een berg subsidie. Maar ventileren kost veel energie. En die energie bleek bepaald niet gratis. Daar schrokken veel scholen van.

Kwaliteit kost geld. Voor de aanschaf is daar altijd rekening mee gehouden. Voor de exploitatie vaak niet. Of het nu sportclubs met kunstgrasvelden betreft, scholen met een eigen theater, of een multifunctionele accommodatie met spreekwoordelijke gouden kranen. Het kost geld om het in stand te houden. Al dat sturen op optimale kwaliteit heeft ook tot gevolg dat kleine verenigingen financieel in de problemen komen. En dat de exploitatie van MFA’s en sommige scholen onder druk komt te staan. Goed genoeg is eigenlijk ook voldoende. Ook wanneer het geld in je zakken brandt. Het is jammer dat er een crisis voor nodig is om dat te beseffen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in: Uncategorized