Waterhoofd

Posted on 17 januari 2014

6


Schoolbestuurders kunnen een loonstijging van 15 procent tegemoet zien. Dat staat in de nieuwe CAO voor bestuurders. Volgens de VO-raad is het salarisverschil tussen een bestuurder en een leraar nog ‘goed verdedigbaar.’ En ligt die 15 % echt iets genuanceerder. Ik denk er het mijne van. Maar zeker is dat iedere euro die geen voelbare bijdrage levert aan het primair proces in principe weggegooid geld is.

De kern van goed onderwijs ontstaat in de relatie tussen leerling en leermeester. Dat was tweeduizend jaar geleden zo en dat is, ondanks allerlei onderwijsvernieuwingen, nog steeds zo. Al het andere, van gebouwen tot lesmaterialen, van ICT-applicaties tot directie en bestuurders zijn daaraan volkomen ondergeschikt. Het probleem met de discussie over de hoogte van salarissen van bestuurders en directieleden is dat het voorbij gaat aan de echte vraag. Hebben we al die overhead eigenlijk wel nodig?

Een school is eigenlijk een heel eenvoudige organisatie. Maar we hebben elkaar wijs gemaakt dat er op scholen heel veel meer moet gebeuren dan lesgeven, leerlingen goed begeleiden en af en toe (heel kort) vergaderen. Hoeveel leidinggevenden met nauwelijks lestaken zijn er voor nodig om dit te organiseren? Zou het zo kunnen zijn dat een toename van mensen die leidinggevende, ontwikkelende of coördinerende taken hebben vooral leidt tot vraag naar meer leidinggevenden, ontwikkelaars en coördinatoren om dat alles in goede banen te leiden?

Als ik in tijden van crisis lees dat onderwijsbestuurders 15% meer gaan verdienen dan schrik ik. Zeker wanneer ik dat persbericht koppel aan de belofte van extra investeringen in het onderwijs die onlangs is gedaan. Komt dat extra geld wel goed terecht vraag ik me dan af.  Maar de echte vraag is niet of een bestuurder teveel verdient. De echte vraag is wat zijn toegevoegde waarde is.

Posted in: Uncategorized