Hekel aan politiek of verkeerde aanpak

Posted on 27 december 2013

3


“Nederlanders hebben een hekel aan de politiek”, vertelde een collega CDA-wethouder me zo’n twee weken geleden. “Mensen hebben ongeveer evenveel vertrouwen in een politicus als in een verkoper van tweede hands auto’s. Soms is dat terecht. Meestal niet. Maar waar komt dat beeld vandaan en wat kunnen we doen?”  

De vraag van mijn collega is belangrijk genoeg. En ik heb er over nagedacht. Misschien lijken situaties waarin mensen het vertrouwen in hun ‘leidinggevenden’ hebben verloren wel op elkaar. Als dat zo is valt er misschien iets te leren van een school waar ik als interim leidinggevende kwam te werken. Ik denk dat er grote overeenkomsten tussen die school toen en Nederland nu te vinden zijn.

Na tijden van relatieve bloei was er flink de klad in de aanmeldingen gekomen. In goede tijden had men het, populair gezegd, een beetje laten versloffen. Om het tij te keren waren er van bovenaf een heleboel maatregelen afgekondigd die er voor moesten zorgen dat de school weer aantrekkelijk werd voor nieuwe leerlingen. Nieuwe vormen van onderwijs werden (op papier) ingevoerd. En allerlei ‘leuke’ en extra activiteiten werden in het lesrooster ingepast.

Van docenten werden plotseling hele andere dingen verwacht dan men gewend was. In de woorden van de directie: “We willen geen lesboeren meer. We willen interactief, vraaggestuurd en leerlinggericht onderwijs. Geen klassieke leraren meer.  Maar coaches. We willen begeleiders van jonge mensen met ontluikende competenties.”  Er ontstonden veel extra taken die door docenten binnen dezelfde taakomvang vervuld moesten worden. Meer werk dus, in minder tijd. En eigenlijk was het voor niemand duidelijk hoe die nieuwe docentenrol dan exact ingevuld zou moeten worden. En er werden ook geen stappen ondernomen dat op korte termijn wel duidelijk te maken.

Mensen voelden zich onzeker en overvraagd. Ze waren erg betrokken bij het onderwijs, de leerlingen en het instituut.  Maar voelden zich miskend door een directie die geen oog leek te hebben voor wat een docent voor de klas bezig houdt. Wat altijd goed was, werd weggezet als ouderwets en nutteloos. Of op zijn best als volstrekt onvoldoende. Het ziekteverzuim rees op den duur de pan uit. En allerlei vormen van passief verzet staken de kop op. Van vertrouwen tussen directie en docenten was al lang geen sprake meer.

Om ‘niet willende’ docenten zo ver te krijgen dat ze zich anders zouden gedragen probeerde de directie met behulp van statistieken en onderzoeken van mensen die het weten kunnen, uit te leggen dat doorgaan op de zelfde weg het einde van de school zou betekenen. “Zelfs de onderwijsinspectie zet hier en daar vraagtekens bij de kwaliteit van de school.”  Er werd, kortom, een heel circus opgetuigd om zaken radicaal anders aan te pakken. Met averechts effect. Terwijl het eigenlijke probleem niet eens zo heel groot was.

Het echte probleem was dat men in goede tijden wat weinig op de centjes en de kwaliteit van het onderwijs had gelet. Men was vergeten dat niet-functionerende leraren gewoon op hun gedrag konden worden aangesproken. De verhouding tussen lesgevende en ‘lesvrije taken’ was wat scheef gegroeid. Het aantal leidinggevenden en coordinatoren was relatief erg groot. En hier en daar werd wel erg veel rekening gehouden met het comfort van leerlingen en individuele leraren die het werk niet hadden uitgevonden. Tenslotte werden sommige leidinggevenden wel heel erg goed beloond zonder dat daar prestaties tegenover stonden. Het gevolg waren chagrijnige leraren, onwillige leerlingen, klagende ouders, een begroting die zwaar onder druk stond en uiteindelijk een verdere daling in aanmeldingen en nog meer commentaar van de onderwijsinspectie . Tot groot leedvermaak overigens van veel omringende scholen. Die waren de ‘arrogantie’ van de school in bloei nog niet vergeten.

Zou het zo kunnen zijn dat de situatie van Nederland nu lijkt op de situatie van de school toen? Dat politici met mooie verhalen, ondersteund door onbegrijpelijke statistieken en onderzoeken, dalende inkomsten en waarschuwingen vanuit Europa proberen uit te leggen dat het allemaal helemaal anders moet? Zonder er overigens in te slagen uit te leggen hoe dan wel precies? Terwijl het eigenlijke probleem niet groter is dan dat we het in goede tijden gewoon wat hebben laten versloffen?

Volgens mij is het laatste wat politici moeten doen roepen dat het allemaal radicaal anders moet. Dat is ook gewoon niet waar. We hebben in goede tijden helaas niet echt op de centjes gelet. We hebben niet echt opgelet of investeringen ook rendement opleveren. We zijn vergeten dat mensen die zich niet gedragen gewoon op hun gedrag kunnen worden aangesproken. We hebben wel wat erg veel rekening gehouden met het comfort van mensen die het werken niet hebben uitgevonden. En we hebben toegestaan dat sommige mensen ongelooflijk veel geld zijn gaan verdienen zonder dat daar verdiensten tegenover hoeven te staan. Volgens mij is dat het hele probleem.

De oplossing? Gewoon terug naar de basis. Goed doen wat goed gedaan moet worden. Ik denk dat dat voldoende is. Voor de school in kwestie heeft dat gewerkt. Ook voor Nederland? Volgens mij zal het vertrouwen in de politiek er mee toenemen.

Posted in: Uncategorized