Echte solidariteit

Posted on 4 december 2013

1


De mens is van nature vooral solidair met mensen die dichtbij hem staan. Zonder steun van familie, vrienden en bekenden zijn we niets. En zou de ‘oermens’ als soort niet in staat zijn geweest te overleven. In grote delen van de wereld gaat het nog steeds zo. En zorgen de mensen (noodgedwongen) voor elkaar. In het westen doen we dat anders.

In de westerse wereld zijn we solidariteit op afstand gaan ‘organiseren’. En zorgt in principe de overheid voor ons. Het begon klein, direct na de tweede wereld oorlog. Toen vadertje Drees de AOW invoerde. En het groeide binnen enkele decennia uit tot een verzorgingsstaat waarbinnen de overheid verantwoordelijkheid nam voor de ‘verzorging van de wieg tot het graf.’ Op vrijwel ieder aspect van ons leven. Zo’n verzorgingsstaat heeft grote voordelen. In theorie valt niemand buiten de boot. En niemand hoeft dank je wel te zeggen. De verzorgingsstaat gaf mensen, vrijwel alle mensen, vrijheid en welvaart. En dat was goed.

Maar er blijken grenzen aan dit denken te zitten. Solidariteit op afstand lijkt soms toch meer op het maximaliseren van het eigenbelang dan op echte solidariteit. Niet voor niets schrijft Rosanne Herzberger: “Elk potje dat wordt opgetuigd, levert automatisch een groeiende groep Nederlanders op die er gebruik van willen maken. Het gebeurde met de WAO, met het PGB, met de Wajong en met de sociale werkplaatsen. En ook de AWBZ groeit als kool. De afgelopen jaren twee keer zo hard als Nederland vergrijst.” De verzorgingsstaat blijkt duur. En dreigt zelfs onbetaalbaar te worden. Want wij mensen zijn over het algemeen meer gehecht aan het halen van waar we recht op hebben dan aan het betalen van steeds hogere belastingen.

Door solidariteit op afstand te ‘organiseren,’ hebben we hulp anoniem gemaakt. En hulp van een anonieme overheid ervaren wij mensen niet persé als hulp die je alleen aanpakt wanneer het echt niet anders kan. Maar soms ook als een verworven recht. Wanneer er minder geld beschikbaar komt, lijkt het me goed deze ongemakkelijke waarheid onder ogen te zien. Het snijden in budgetten en het aanscherpen van criteria waarop het ‘recht op iets’ is gebaseerd, is dan niet de oplossing. Het moet echt anders. Minder anonieme overheid en meer echte solidariteit. Ik geef een voorbeeld.

Voor ZZP’ers is het vrijwel onmogelijk zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid of inkomensverlies door ziekte. Dat is vrijwel onbetaalbaar. Daarom schieten zogenaamde broodfondsen als paddestoelen uit de grond. Broodfondsen zijn groepen ZZP’ers die hebben afgesproken elkaar te steunen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen in een broodfonds zetten elke maand een bedrag opzij op een eigen broodfondsrekening. Zodra een van de deelnemers ziek wordt, krijgt hij van de twintig tot vijftig deelnemers een kleine schenking. De zieke deelnemer ziet dus op zijn rekeningafschrift de namen en kleine schenkingen van de andere deelnemers. Doordat alle deelnemers elkaar kennen of hebben leren kennen en er maximaal vijftig mensen per groep meedoen, wordt er geen misbruik van gemaakt.

Ik vind dat de overheid een vangnet moet blijven bieden voor mensen die dat nodig hebben. Maar ik vind ook dat we solidariteit te veel anoniem en op afstand hebben georganiseerd. De overheid als vangnet blijft. Maar initiatieven als zorgcoöperaties en broodfondsen hebben zeker toekomst. En ook de decentralisaties binnen het sociale domein kunnen (mits goed uitgevoerd) zorg en solidariteit dichter bij de mensen brengen. Maar we moeten wel uitgaan van een ongemakkelijke waarheid. De mens is van nature solidair. Vooral met mensen die hij kent.

Posted in: Uncategorized