Ruim 700 scholen in het voortgezet onderwijs komen geld te kort. Stijgende salarissen, hogere onderhoudskosten en langer doorwerkend personeel zouden daar de oorzaak van zijn. Maar klopt dat wel? Tegelijkertijd heeft tachtig procent van de docenten last van hoge werkdruk, die binnen het VO voornamelijk veroorzaakt wordt door activiteiten buiten het lesgeven om. Hebben we nou geld tekort of doen we gewoon teveel?
Dit voorjaar kopte het Brabants Dagblad dat veel onderwijsgeld terecht komt bij mensen die geen substantiële bijdrage leveren aan de onderwijspraktijk. “Voor hen is een plaats in de luwte bedacht omdat ze disfunctioneren of omdat ze bij een fusie zijn overgeschoten.” Hoewel het percentage ‘verspild geld’ snel overdreven wordt, zit daar wel een kern van waarheid in. Het wordt de laatste jaren steeds beter, maar scholen hebben nu niet bepaald een traditie van sturen op kwaliteit van docenten. Laat staan dat niet functionerende leraren met een lange staat van dienst ontslagen worden.
Maar volgens mij ontstaan geldproblemen en een te hoge werkdruk vooral omdat scholen weigeren echte keuzes te maken. Omdat ze er uit idealen, uit concurrentieoverwegingen, om subsidies binnen te slepen, of gewoon omdat het kan, voor kiezen om àlles te doen. Misschien is het wel een maatschappelijk trend. Maar of-of lijkt ook binnen het voortgezet onderwijs vervangen te zijn door en-en.
Surfend langs wat sites van scholen kom ik tot de volgende (lang niet volledige) bloemlezing. We hebben cultuurprofielscholen, museumscholen, technasia, entrepenasia, beta-plus scholen, universumscholen, tweetalig onderwijs, internationaliseringsprogramma’s, hoogbegaafdheidsprogramma’s, programma’s voor dyslexie, dyscalculi, faalangst, SE, extra vakken als Spaans, filosofie etc, etc, etc. Alle scholen hebben bovendien niet een maar meerdere ‘profielen’. En daar komt de van Rijkswege verplichte aandacht voor pesten, maatschappelijke stage, homo-emancipatie, seksualiteit en gezonde voeding nog bij. Moet dat nu echt zo of kan dat ook anders?
In een van de moeilijkste buurten van New York is in 2009 een school opgericht met als filosofie “het beste onderwijs door de beste leraren”. De lijfspreuk van deze zogenaamde TEP Charter school: “We love to teach”. De oude Grieken wisten het al: goed onderwijs is alleen mogelijk als leerling en leermeester intensief contact hebben en elkaar inspireren. Dat is nog steeds zo. Het gaat om contact: een gesprek voeren, uitdagen, inspireren.
Op de TEP Charter School in New York hebben ze een radicale keuze gemaakt. Hun missie, het beste onderwijs met de beste leraren, hebben ze stevig doorgevoerd. Er is gekozen voor een eenduidig, eenvoudig en stabiel lesrooster. Voor Rust, Reinheid en Regelmaat binnen de school en vooral de organisatie. Minder taken buiten het lesgeven om; en weinig, kort en efficiënt vergaderen. Leraren geven er vooral graag, veel en goed les. “We love to teach”. Hun aanpak heeft verbluffende resultaten met een heel moeilijke doelgroep.
Binnen de filosofie van de TEP Charter School behoort goed werk ook goed te worden beloond. Om de beste docenten te krijgen en te behouden krijgen ze, allemaal, veel meer betaald dan op andere scholen. En dat vanuit dezelfde reguliere bekostiging. Hoe dat kan? Oprichter en directeur Zeke Vanderhoek geeft antwoord: “Door het maken van radicale keuzes”. Ik ben benieuwd naar jullie reacties.
Paul wagemakers
12 juli 2013
Men maakt elkaar gek. Ik herken er wel het een en ander in. Maar heb het lef maar eens om zo’ n keuze te maken. Minder is meer!!! Maar vergeet niet dat veel van die smaken ontstaan zijn door enthousiaste docenten die meer willen doen met hun leerlingen om ze betrekken bij de leerstof. Ik denk ook dat juist dat het leereffect en de meerwaarde van het contact met de leerlingen groter is als alles ook nieuw is voor de docent. Je gaat samen op onderzoekingsreis. Het is zo dat jij de reis maakt met de kinderen, maar het werkt ook zeker andersom. De reis maakt jou ook. En dat maakt het zo waardevol.
M
12 juli 2013
Al heel snel nadat ik van het onderwijs naar het bedrijfsleven was overgestapt realiseerde ik me dat het fenomeen “prioriteiten stellen” in het onderwijs (en zeker ook bij OCW) zo goed als onbekend is. Dus ja, ik denk dat je gelijk hebt. Het komt neer op “alles half doen”. Dat is nadelig voor leerlingen, die echte aandacht willen. Het is nadelig voor het onderwijsniveau. Het is nadelig voor de leraar die goed werk wil leveren. Die TEP Charter schools klinken als een verademing. Mocht dat naar ons land overwaaien dan zie ik mezelf nog wel eens terugkeren voor de klas.
yvonne
13 juli 2013
Tijd om pas op de plaats te maken. Nu nog de mensen die keuzes durven en kunnen nemen.
M
13 juli 2013
Overigens laten CBS-cijfers zien dat middelbare scholen nu bijna twee keer zoveel geld per leerling krijgen als vijftien jaar geleden. Dat suggereert ook dat het tijd wordt om keuzes te durven maken ipv om meer geld te blijven vragen.
Titus Burgers
13 juli 2013
In die TED charter schools hebben ze de goeie richting te pakken. In de klas beginnen met enthousiaste goeie docenten, en let op die gaan zelf de homo-emancipatie , maatschappelijke stages, doorlopende leerlijnen, verbindendleren, etc, organiseren. In het huidige (voortgezet) onderwijs proberen we van buiten-naar-binnen de klas te werken. Goed onderwijs begint in de klas. Onderwijs is meer dan alleen kennisoverdracht, maar dit meer kan alleen van de grond komen met kanjers voor de klas.
antonhoven
15 juli 2013
Rene,
Het onderwijs komt niet tekort omdat ze teveel doen; het onderwijs doet het gewoon verkeerd. Nog steeds “voeden” we ll. met gestolde cultuurkennis uit lang vervlogen tijden. We proppen maar. Uur na uur wat de ll. zeker moeten weten. Een groot pedagoog uit de 19de eeuw zei:”Wij leveren boordevol gevulde vissen af, maar helaas ze kunnen niet zwemmen.”
Als je innovatieve mensen wilt afleveren, werk dan niet met het gestolde” weten, maar laat hen zoeken, experimenteren, analyseren en reflecteren. Laten we beseffen dat ll.4/5 van de leerstof leraar-onafhankelijk eigen kunnen maken
Zet er niet een specialist voor, met veel kennis over bijna niets,( laat die zijn kost maar elders verdienen, wat wellicht niet mee zal vallen.)
Zet er een generalist voor die de leerling gaat vragen wat hij nu echt zou willen leren. Deze generalist(gewoon een mensen mens) levert mogelijke aanknopingspunten, gaat samen met de ll. op zoek naar mogelijke aanknopingspunten en baant de weg naar functionele kennis.
Zulk onderwijs hoeft dan ook geen 4-5-6jaar te duren. In veel kortere tijd hebben ze functionele kennis gevonden en gebruikt.
Dus: Rituele schoolboek verbranding op de speelplaats en weer terug in de klas wordt de leerling gevraagd wat hij nu echt wil leren. De lessentabel is overbodig geworden!
anton