Komt voortgezet onderwijs echt geld tekort?

Posted on 12 juli 2013

6


Ruim 700 scholen in het voortgezet onderwijs komen geld te kort. Stijgende salarissen, hogere onderhoudskosten en langer doorwerkend personeel zouden daar de oorzaak van zijn. Maar klopt dat wel? Tegelijkertijd heeft tachtig procent van de docenten last van hoge werkdruk, die binnen het VO voornamelijk veroorzaakt wordt door activiteiten buiten het lesgeven om.  Hebben we nou geld tekort of doen we gewoon teveel?

Dit voorjaar kopte het Brabants Dagblad dat veel onderwijsgeld terecht komt bij mensen die geen substantiële bijdrage leveren aan de onderwijspraktijk. “Voor hen is een plaats in de luwte bedacht omdat ze disfunctioneren of omdat ze bij een fusie zijn overgeschoten.” Hoewel het percentage ‘verspild geld’ snel overdreven wordt, zit daar wel een kern van waarheid in. Het wordt de laatste jaren steeds beter, maar scholen hebben nu niet bepaald een traditie van sturen op kwaliteit van docenten. Laat staan dat niet functionerende leraren met een lange staat van dienst ontslagen worden.

Maar volgens mij ontstaan geldproblemen en een te hoge werkdruk vooral omdat scholen weigeren echte keuzes te maken. Omdat ze er uit idealen, uit concurrentieoverwegingen, om subsidies binnen te slepen, of gewoon omdat het kan, voor kiezen om àlles te doen. Misschien is het wel een maatschappelijk trend. Maar of-of lijkt ook binnen het  voortgezet onderwijs vervangen te zijn door en-en.

Surfend langs wat sites van scholen kom ik tot de volgende (lang niet volledige) bloemlezing. We hebben cultuurprofielscholen, museumscholen, technasia, entrepenasia, beta-plus scholen, universumscholen, tweetalig onderwijs, internationaliseringsprogramma’s, hoogbegaafdheidsprogramma’s, programma’s voor dyslexie, dyscalculi, faalangst, SE, extra vakken als Spaans, filosofie etc, etc, etc. Alle scholen hebben bovendien niet een maar meerdere ‘profielen’. En daar komt de van Rijkswege verplichte aandacht voor pesten, maatschappelijke stage, homo-emancipatie, seksualiteit en gezonde voeding nog bij. Moet dat nu echt zo of kan dat ook anders?

In een van de moeilijkste buurten van New York is in 2009 een school opgericht met als filosofie “het beste onderwijs door de beste leraren”. De lijfspreuk van deze zogenaamde TEP Charter school: “We love to teach”. De oude Grieken wisten het al: goed onderwijs is alleen mogelijk als leerling en leermeester intensief contact hebben en elkaar inspireren. Dat is nog steeds zo. Het gaat om contact: een gesprek voeren, uitdagen, inspireren.

Op de TEP Charter School in New York hebben ze een radicale keuze gemaakt. Hun missie, het beste onderwijs met de beste leraren, hebben ze stevig doorgevoerd. Er is gekozen voor een eenduidig, eenvoudig en stabiel lesrooster. Voor Rust, Reinheid en Regelmaat binnen de school en vooral de organisatie. Minder taken buiten het lesgeven om; en weinig, kort en efficiënt vergaderen. Leraren geven er vooral graag, veel en goed les. “We love to teach”. Hun aanpak heeft verbluffende resultaten met een heel moeilijke doelgroep.

Binnen de filosofie van de TEP Charter School behoort goed werk ook goed te worden beloond. Om de beste docenten te krijgen en te behouden krijgen ze, allemaal, veel meer betaald dan op andere scholen. En dat vanuit dezelfde reguliere bekostiging. Hoe dat kan? Oprichter en directeur Zeke Vanderhoek geeft antwoord: “Door het maken van radicale keuzes”.  Ik ben benieuwd naar jullie reacties.

Posted in: Uncategorized