Prioriteit 1

Posted on 14 juni 2013

1


Prioriteit 1. Een project voor en met jongeren, hun ouders, de school en de gemeente om meer grip te krijgen op het eigen denken, houding en gedrag. Deze bijdrage is verschenen in ‘Een toekomst voor talent! Talentontwikkeling en de 4 O’s: ouders, onderwijs, overheid, ondernemers’. onder redactie van Dr. Kees Verhaar en Wander van Es.

“Zeg mèster, ge kunt wel horen da ge van hier zijt.” Stipt om negen uur begint de dag voor de jongens en meisjes van Prioriteit 1 (P1). Met een lege maag is het slecht werken. Dus ontbijt de groep iedere dag samen op exact het zelfde tijdstip. Aan het woord is Janus. Een vijftienjarige ‘kamper’ in een trainingspak van Feyenoord. Tatoeages op zijn handen. Maar de piercings uit zijn wenkbrauwen en neus heeft hij vorige week laten verwijderen. Terwijl we eten praat Janus honderduit over zijn belevenissen bij P1. “Ik ging niet meer naar school, mèster. Daarom zit ik nu hier. Al twee weken. We leren hier dat we wel wat kunnen. Dat ook wij talenten hebben waar de wereld op zit te wachten. En hoe we goede werkers kunnen zijn. Eigenlijk hoor ik al mijn hele leven dat ik niks kan. Dat begon al op de basisschool. Als ze daar aan rekenwerk begonnen, moest ik het konijnenhok verschonen. Niet dat ik daar een hekel aan had. Het was een lief konijn. Maar ik ben gewoon niet zo slim. Ons vader zei dat ook altijd. “Het is dat ik hem genaaid heb en niet gebreid. Want dan had ik hem wel uitgehaald.” Na de basisschool moest ik naar praktijkschool. De dommeschool noemen ze dat bij ons. Daar zitten meer van die lichtpuntjes net als ik. Op zich zijn de mensen daar wel aardig hoor, dat wel. Maar het blijft toch school. De meesters en de juffen doen hun best om ons dingen te leren. En de meeste kinderen doen wat er van ze gevraagd wordt. Ik deed dat niet. Ik deed gewoon waar ik zin in had. Ze durven mij toch niet hard aan te pakken. Want ze kennen ons pap hè. Die heeft ook daar op school gezeten. Ons moeder die geeft er gewoon niks om. Als ik me thuis maar netjes gedraag vindt zij alles best. En werken? Ik mag van ons moeder gerust thuis op de bank blijven zitten. Geld zat. Op een gegeven moment was ik de school en het gezeur van leraren wel beu. Ik bleef gewoon thuis en daar kraaide eerst geen haan naar. Natuurlijk kregen we wel brieven van de leerplichtambtenaar. En uiteindelijk een gesprek. Het ging zelfs zo ver dat ze dreigden met een boete. Toen werd ik aangemeld voor P1. Dat was een nieuw project dat de school samen met de gemeente bedacht heeft voor leerlingen van het praktijkonderwijs die zich niet kunnen gedragen, niet naar school komen of andere problemen hebben. Nou, daar had ik in het begin helemaal geen zin in. Maar het moest. Ze kwamen me gewoon halen. De meeste andere cursisten, want zo noemen ze leerlingen hier, kende ik al goed van school. Dat waren niet mijn vrienden. We kregen uitleg van mijnheer Janssen. Dat is de baas van het project. Mijnheer Janssen legde uit dat ieder mens een boel talenten heeft. Maar dat we onszelf soms slecht gedrag hebben aangeleerd. En denkpatronen hebben die ons niet verder helpen. Dat kan anders, zei hij. Daarom krijgen we iedere dag les van negen tot vier. We moeten veel praten en elkaar corrigeren. Ook sporten we veel en krijgt iedereen verschillende taken die we nauwkeurig moeten uitgevoeren. Het project duurt drie maanden. En we zijn pas twee weken onderweg. Maar na de eerste week had ik het al naar mijn zin. Het is gezellig in de groep. Met op tijd komen hebben sommigen nog moeite. Maar het gaat steeds beter. Zelfs ons vader en ons moeder zijn enthousiast.”

De praktijkschool leidt op voor werk. Kinderen halen geen diploma of startkwalificatie. Kinderen met een indicatie voor praktijkonderwijs hebben een laag iq en hele grote leerachterstanden. Vaak in combinatie met andere problemen. Deze kinderen zijn zogezegd nogal ‘zijwindgevoelig’ en hebben veel ondersteuning en begeleiding nodig. Over het algemeen loopt dat wel goed. Ongeveer 90% van de leerlingen vindt inderdaad een baan en gaat min of meer zelfstandig zijn weg in het leven. De school houdt contact met oud-leerlingen. Aan de ene kant dient de vroegere mentor nog lange tijd als klankbord en vangnet. Aan de andere kant zijn ‘grote jongens met een baan’ een prima voorbeeld voor de jeugd op school. Toch heeft de school onvoldoende kennis en mogelijkheden om leerlingen met echt zware problematiek te helpen. Deze kinderen gaan op een gegeven moment gewoon niet meer naar school .Of zorgen op school voor zoveel onrust dat ze niet meer te handhaven zijn. Zonder bijsturing verdwijnt deze groep rechtstreeks in het granieten bestand van de gemeentelijke kaartenbakken. Of erger. Juist voor deze groep is een samenwerking opgestart tussen de gemeente en het praktijkonderwijs. Leerlingen krijgen drie maanden lang zeer intensieve begeleiding. Ze krijgen training in het omgaan met agressie, les in stressregulatie en gedragstherapie. Cursisten leren bovendien werknemersvaardigheden door middel van cognitieve therapie in groepsverband. Ook het gezin wordt in die begeleiding meegenomen. Want ook binnen het gezin moet vaak het een en ander veranderen. Na drie maanden stromen leerlingen uit naar werk. Maar daar stopt het project niet. De werkgever of leidinggevende binnen het bedrijf leert via P1 ook omgaan met moeilijke werknemers. Naast de gedragsdeskundigen Wim Janssen en Johan Kuijpers, begeleidt Adrie deze specifieke groep jongeren. Adrie  is een van de eerste afgestudeerden van P1. Nu bijna twee jaar geleden. Hij heeft een baan gekregen als begeleider van groepen jongeren.

Adrie is een enorme beer van een vent. Hij kent als ervaringsdeskundige de doelgroep goed: “Bij P1 spreken we niet over het verleden en wat we allemaal hebben gedaan of meegemaakt. Maar laten we zeggen dat mijn postuur me in mijn vorige leven prima van pas kwam. Ik heb een hoop meegemaakt. En niet alles was even positief. Van de gemeente moest ik verplicht deelnemen aan dit project. Dat wilde ik niet. Ik voelde me nutteloos en zwak. Van buiten leek ik een hele reus. Maar van binnen voelde ik me klein. Het eerste wat ik hier leerde is structuur. ’s Morgens op tijd aanwezig zijn, samen eten, les, sporten, lunch en therapie. Daarna naar huis en de volgende dag hetzelfde. Ik was kapot de eerste weken. En ik vond de aanpak in het begin maar niks. Veel kringgesprekken. Het leek wel een kleuterschool. Maar na een poosje begon ik dingen te begrijpen. Ik leerde dat ik de mogelijkheid had om iets van mijn leven te maken. Zodat mijn kinderen trots op me konden zijn. Dat werd mijn grote drijfveer. En mijn vriendin natuurlijk. Zij heeft me erg gesteund toen ik het zwaar had. Het gaat nu zo goed dat we het afgelopen jaar getrouwd zijn. Ik heb radicaal gebroken met mijn verleden. Ik zie mijn oude vrienden en kennissen ook een stuk minder. En sommigen helemaal niet meer. Geen enkele behoefte aan. Op dit moment zit ik nog in de schuldhulpverlening en moet ik leven van 90 euro per week. Dat was ik wel anders gewend. Maar over twee jaar ben ik overal vanaf. Dan ben ik zo trots als een pauw. Mijn achtergrond heeft voor dit werk wel voordelen. Ik ken natuurlijk veel mensen uit de doelgroep. En die mensen weten wie ik ben. Ik ben het levende bewijs dat je je leven kan veranderen. In die zin ben ik een voorbeeld voor de jongeren. We zorgen hier goed voor elkaar. We laten de jongeren merken dat we er voor ze zijn en dat de wereld op hen zit te wachten. De begeleiders van P1 zijn vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week bereikbaar voor cursisten en werkgevers. Daar maken ze absoluut geen misbruik van. Onze cursisten hebben al zo vaak gemerkt dat betrokkenheid van hulpverleners ophoudt zodra de werkdag voorbij is. Ouders betrekken we heel actief bij het project. We gaan regelmatig op huisbezoek en ouders komen voor gesprekken hier op locatie. We proberen ze ook te helpen de regie op hun leven en dat van hun kind weer wat terug te krijgen. Velen zijn die regie al lang geleden kwijt geraakt. We leren hen dezelfde vaardigheden als onze cursisten. Wat wij ze hier leren moet thuis een vervolg krijgen. De meeste ouders zijn ons daar dankbaar voor. Voor veel gezinnen is Rust, Reinheid en Regelmaat niet vanzelfsprekend. Dat leren we ze dus opnieuw.”

De resultaten van deze aanpak zijn verbluffend. Vrijwel iedere cursist vindt een baan. En vrijwel allemaal houden ze die baan. Voor de gemeente is dat een behoorlijke besparing. De gemeente en het onderwijs zijn natuurlijke partners gebleken. Ook financieel. Het onderwijs draagt op den duur 50% bij aan de uiteindelijke kosten. Maar er zijn meer succesfactoren. Ten eerste werkt een geïsoleerde aanpak van een probleem niet. P1 werkt aan een totaal-verandering. Het totale ‘systeem,’ dus ook het gezin moet mee veranderen. Ten tweede blijkt gedrag van mensen alleen duurzaam te veranderen wanneer de onderliggende denkpatronen anders worden. P1 geeft inzicht in die patronen en leert cursisten daar bewust mee om te gaan. De derde grote succesfactor is de groep. Groepsdynamica wordt actief ingezet om verandering van denken en gedrag teweeg te brengen. Ook in de nazorg blijft de groep belangrijk. De groep blijft elkaar trouw. Ook wanneer ze elkaar niet meer dagelijks zien. Wim Janssen: “Laatst hoorde ik van een cursist dat een ex-cursist zich bij zijn werkgever had ziek gemeld omdat hij de avond van tevoren teveel had gedronken. We hebben dat in de groep besproken. Twee cursisten zijn toen naar zijn huis gegaan en hebben op hem ingepraat. Samen hebben ze toen de werkgever gebeld, de waarheid vertelt en excuses gemaakt. De ex-cursist ging alsnog naar zijn werk. En heeft de tijd dubbel ingehaald.”

Als wethouder ben ik uit nieuwsgierigheid een tweede keer gaan ontbijten met de groep. Het project was bijna afgelopen. En natuurlijk ging ik naast Janus zitten om te vragen hoe het met hem ging. “Ik heb heel erg veel geleerd de afgelopen maanden. En ik niet alleen. We komen nu allemaal op tijd en houden ons fatsoen. Dat werkt toch het beste. Ik doe ook meer klusjes nu. Je dacht toch niet dat ik ooit een toilet had schoongemaakt? Hier moest dat wel. En nu doe ik dat gewoon uit mezelf. Ik kan herkennen wanneer er stress in mijn hoofd komt. En weet wat ik er aan kan doen. Thuis is het nu veel rustiger en eten we veel regelmatiger. Er is gewoon meer rust en structuur. Ik ben laatst zelfs op sollicitatiegesprek geweest. En wat denk je? Aangenomen! Ik ben hartstikke blij, trots en gelukkig”. Nou, Janus. Dat ben ik ook!

Rene Peters

Posted in: Uncategorized