Rijksoverheid, houdt eens wat afstand

Posted on 16 mei 2013

1


De zorg voor onze jeugd is niet eenvoudig geregeld. Van buitenaf bekeken is de jeugdzorg een vrijwel onontwarbare kluwen  van financieringsstromen, instellingen met hun eigen belangen, al dan niet goed samenwerkende zorgpartners, incidentenpolitiek en publieke opinie. Dat kan en moet anders. Maar dan moeten gemeenten wel de ruimte krijgen om echt te transformeren. 

Het is de vraag of gemeenten werkelijk beleidsruimte zullen krijgen. De Rijksoverheid blijft pogingen doen om te sturen via principes die in de theoretische werkelijkheid noodzakelijk maar in de werkelijke werkelijkheid schadelijk zijn.

Sturen op het vermijden van risico’s en aansprakelijkheid 

Na de incidenten rond Savannah en het Maasmeisje ontstond een groot aantal beleidsregels waaraan professionals zich moesten houden. En beleidsregels moeten worden nageleefd. En wat moet worden nageleefd, moet worden gecontroleerd. Controleren kan alleen, wanneer alles goed wordt gedocumenteerd en bewaard. Uiteindelijk schrijven alle professionals zich rot. Is de zorg een stuk duurder geworden en blijft er steeds minder tijd over om echt iets met gezinnen te doen. We zullen risico’s moeten accepteren. En minder moeten willen controleren.

Sturen op budgetcontrole

Zeker in tijden van crisis moet aangetoond worden dat geld daar terecht komt, waar het terecht hoort te komen. Iedere hulpaanvraag moet voorzien worden van een indicatie. En indicaties kosten tijd. Mensen moeten dus langer wachten op hulp. Dat terwijl de nood soms acuut kan zijn. En in de wetenschap dat de kans op succes recht evenredig is met de snelheid van ingrijpen. Wat gebeurt er bovendien wanneer een indicatie is afgegeven voor een aantal gesprekken en het probleem na afloop nog niet is opgelost? Doorverwijzen naar de volgende instantie… Of stoppen en opnieuw de malle- of indicatiemolen in?

Sturen op specialisatie

Kinderen hebben recht op de best mogelijke zorg. En daar is gespecialiseerde kennis voor nodig. En dus kennen we voor ieder afzonderlijk probleem een eigen specialisatie, compleet met eigen financieringsstroom. Ook hier laat het effect zich raden. Naast al hun problemen worden ouders en kinderen overspannen van al die hulpverleners. Ouders geven aan blij te zijn met de zondag want “dat is onze hulpverlenersvrije dag.” 

Sturen op recht op zorg

Natuurlijk moeten kinderen die hulp nodig hebben ook hulp krijgen. Dat het recht op jeugdzorg is vastgelegd lijkt dus een goed idee. Maar wanneer iemand recht heeft op hulp, wordt de plicht om zelf iets te doen vaak vergeten. Bovendien zorgt een onbeperkt aanbod ook voor een onbeperkte vraag. Wanneer kinderen op school recht hebben op extra faciliteiten, wanneer er bijvoorbeeld dyslexie geïndiceerd is, zal het aantal kinderen met dyslexie toenemen. De ervaring leert dat overal waar iets gratis aangeboden wordt en je er gewoon recht op hebt, de budgetten ontploffen maar er tegelijkertijd niemand echt geholpen wordt.

Vrees met grote vrezen

Dat het anders kan en anders moet, daar was tot voor kort heel Nederland het over eens. En zelfs over het hoe, was in grote lijnen consensus. Maar nu het er echt van dreigt te komen, en belangenorganisaties onrustig worden, worden de oude vragen weer gesteld. “Hoe kunnen we garanderen dat ieder kind de hulp krijgt waar hij of zij recht op heeft?” “Hoe garanderen we dat de gespecialiseerde kennis die binnen het veld aanwezig is, niet verloren gaat?” Hoe garanderen we dat de kwaliteit van de jeugdzorg overal van hetzelfde hoge niveau zal zijn?” En “Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daar terecht komen, waar ze terecht horen te komen?” Maar de wens om te sturen op risico’s, budgetten, gespecialiseerde kennis en ‘recht op zorg’ is juist de oorzaak van veel ellende. En heel zeker geen oplossing. Wanneer de Rijksoverheid op detail gaat sturen, krijgen de samenwerkende gemeenten wel de verantwoordelijkheid (transitie) maar niet de ruimte om echt te veranderen (transformatie). Met als enige resultaat dat op korte termijn door alle onrust de zorg niet verbetert en op lange termijn gemeenten financieel nog verder onder druk komen te staan. Dat kan, nee dat mag de bedoeling toch niet zijn? De zorg voor onze jeugd kan en moet beter. Gemeenten kunnen daar, in samenhang met de andere transities en de huidige gemeentelijke taken, regie op voeren. Maar dan moeten gemeenten wel de ruimte krijgen om van de transitie een transformatie te maken. Er zijn voldoende aanwijzingen om te betwijfelen of dat echt gaat gebeuren. Rijksoverheid, houdt eens wat afstand. En als het kan een beetje snel.

Deze bijdrage is eerder verschenen op http://kennisnetjeugd.nl/

Posted in: Uncategorized