“Let meer op uw kinderen dan op de monitor”

Posted on 11 mei 2013

4


“Omdat de samenleving niet langer een ‘neus’ heeft voor kwetsbaarheid, komt de opvoeding van kinderen steeds meer in handen van professionals”, schrijven Dorien Graas en Dieneke de Ruiter van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkelingen (RMO) op www.socialevraagstukken.nl. “Het is een tendens om risico’s en opvoedproblemen vroegtijdig te signaleren en via gespecialiseerde zorg te volgen. Net als de toenemende neiging om het gewone gesprek van ouders met leerkrachten, huisartsen of CJG-medewerkers steeds meer te formaliseren en standaardiseren.” Maar kijken we nog wel echt naar het kind? En blijft er tijd en ruimte om gewoon wat ondersteuning te bieden?

Volgens Graas en de Ruiter heeft het beleid van meten, monitoren en beheersen de lichtere vormen van ondersteuning vervangen door superspecialisatie en zware zorg. Het effect is volgens hen dat álle kinderen als potentiële risicogevallen worden aangemerkt, ouders weinig betrokken worden bij het oplossen van problemen, dat professionals en beroepskrachten snel doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp en zelf weinig ruimte hebben voor breed pedagogisch handelen. In mijn woorden: we weten niet goed meer wat normaal is en behandelen dus alles als een potentieel risico.

Monitoren heeft zeker ook zijn goede kanten. En niet alleen bij de zorg voor onze kinderen. Voedselveiligheid, bijvoorbeeld, is enorm verbeterd doordat op de verpakking van een product de uiterste verkoopdatum vermeld staat. En dankzij de DSM-classificatie (de psychiatrie-bijbel) is er veel meer overeenstemming tussen behandelaars, waardoor de gemiddelde kwaliteit van zorg sterk is verbeterd. Maar aan de andere kant durven we niet meer te vertrouwen op ons gezonde verstand. Zo gooien we jaarlijks voor zo’n vier miljard euro aan perfect voedsel weg op de uiterste houdbaarheidsdatum. Niet omdat het bedorven is (ingeblikte groente, bijvoorbeeld, kan bijna niet bederven) maar vanwege cijfertjes op het etiket. En dankzij de nieuwe DSM-5 kunnen miljoenen mensen die tot op vandaag als ‘normaal’ door het leven gingen in een klap als geestesziek worden gedefinieerd. In de woorden van psyciater Allen Frances: “langdurige rouw heet voortaan depressie, driftbuien bij kinderen Disruptive Mood Dysregulation Disorder en vergeetachtigheid Minor Cognitive Disorder. Maar gelukkig bestaat er voor deze ‘stoornissen’ medicatie.” Als we alleen uitgaan van risico’s en ‘monitoren’ en ons gezond verstand niet meer gebruiken, levert dat verspilling op. En onnodig veel dure en gespecialiseerde zorg.

Op de kinderafdeling van een ziekenhuis staat op een poster aan de muur geschreven: ‘Let meer op uw kinderen dan op de monitor’. En bij de oude vestiging van de Osse voedselbank hing: ‘Kijk of het voedsel in orde is en let niet alleen op de datum‘. We mogen best een beetje meer vertrouwen op ons gezonde verstand. Graas en de Ruiter: “Kwetsbaarheid hoort bij het leven (ontzorgen) en onnodige problematisering en etikettering moet worden tegengegaan (normaliseren). Deze principes van ontzorgen en normaliseren horen aan de basis te staan van de eerstelijns jeugd- en gezinszorg. Vanuit deze uitgangspunten kan gewerkt worden aan een eenvoudiger jeugdzorgsysteem, waarin de veerkracht van gezinnen de basis is en vakbekwame en betrokken professionals ondersteuning bieden.” En zo is het maar net.

Posted in: Uncategorized