Over het algemeen nemen moeders een groter deel van de zorg voor kinderen voor hun rekening dan vaders. Of we dat nu leuk vinden of niet. Dat percentage ligt lager naarmate vrouwen hoger zijn opgeleid. En dat percentage ligt hoger bij gezinnen met een niet-Nederlandse achtergrond. Als we weten dat dat waar is dan zit in de emancipatie van de vrouw de sleutel om de kansen van kinderen in onze samenleving te vergroten.
In de gemeente Oss hebben we geen echte allochtonen-problematiek. Onze allochtone mede-Ossenaren doen het over het algemeen gewoon goed. Er zijn verschillende stichtingen opgericht die met veel extra inzet eventuele achterstanden bij kinderen helpen inlopen. En ook de moskee speelt daarbij een positieve rol. Toch zijn jonge allochtone mensen procentueel gezien vaker werkeloos, is het percentage voortijdig schoolverlaters groter en is het gemiddelde opleidingsniveau lager dan dat van mensen met Nederlandse ouders. Eigenlijk moeten we dat niet accepteren. Hoe kan dat? En wat kunnen we doen?
Een tijdje geleden liep ik een dagdeel stage bij een peuterspeelzaal. Op een groep die voor 100% bestond uit allochtone kinderen. Hoewel een groot deel van de ouders van deze kinderen zelf in Nederland geboren is, spraken de kinderen eigenlijk geen woord Nederlands. En gedrag dat voor een goede start op de basisschool noodzakelijk is moest nog helemaal worden aangeleerd. Zaken als luisteren naar de juffrouw, stil zijn wanneer een ander praat en zitten wanneer je eet, zijn geen vanzelfsprekend gedrag. In principe kunnen kinderen dat leren op de peuterspeelzaal. Maar ze starten wel met een achterstand en dat is onnodig.
Binnen iedere cultuur is de moeder heilig. Zij is de spil rond wie het gezinsleven draait. En iedere moeder wil het beste voor haar kind. Een stabiele thuissituatie, een sterke eigen identiteit en volop kansen in de maatschappij. Om ook voor dat laatste goed te kunnen zorgen is het van belang dat vooral ook degene op wie de zorg voor kinderen een groot deel neerkomt, volop deelneemt aan het maatschappelijk leven. Juist ook om kinderen goed te kunnen begeleiden.
Het is voor mij eigenlijk onverteerbaar dat groepen Ossenaren structureel minder kansen hebben dan andere groepen. En om dat te verbeteren zie ik een belangrijke rol voor de voor vrouwen aan wie de zorg voor kinderen (vooral) is toevertrouwd. Naast het belang van een stabiele thuissituatie en een sterke (eigen) identiteit mag het belang van de Nederlandse taal en een opvoeding die aansluit bij de situatie hier, niet worden onderschat. Daarvoor is kennis van de Nederlandse maatschappij nodig. Maar participatie van vrouwen is niet iets dat van bovenaf kan worden opgelegd. En ook niet iets dat alleen door het aanbieden van (welzijns)trajecten kan worden opgelost. Misschien kunnen moskeeën of zelforganisaties de discussie binnen eigen kring aanzwengelen? Ik ga graag in gesprek.
Robert-Jan Steegman
20 februari 2013
Beetje soft om het daar neer te leggen terwijl je weet dat deze discussie in een moskee niet snel gevoerd wordt. Waarom worden we niet wat strenger en leggen de meerkosten van het onderwijs (taallessen) niet neer bij de ‘vervuilers’, dus de ouders. Wij worden immers allemaal geacht om onze kinderen met enige bagage (taal, omgansvormen) af te leveren bij het basisonderwijs. Het is toch ongehoord dat men het eigen falen, in dit geval het niet aanleren van het Nederlands, neerlegt op het bordje van de gemeenschap?
Joël
20 februari 2013
Ter aanvulling: Uiteraard zijn er logischerwijs in moskeeën veel mensen van allochtone afkomst, maar in Oss geldt dat niet alleen voor de moskee. In de kerk die ik bezoek, de Evangelische Gemeente Oss, is ook een behoorlijk aantal mensen, misschien wel 25% van de bezoekers van allochtone afkomst. Zij hebben zeer uiteenlopende nationaliteiten.
Ik ondersteun dat het belangrijk is om in eigen kring te wijzen op het belang van inburgering, zeer belangrijk.
renepetersoss
20 februari 2013
@Joel Ik kom graag langs!
Meulenbroek@localhost
20 februari 2013
Hallo Ren, Goed stuk, maar zeker niet post-modern. Jij durft stelling te nemen voorbij het cultuur-relativisme en het politiek correcte. Ik vind dat je dat weer bewonderswaardig oplost door de Islamitische mens in hun waarde te laten, maar wel te wijzen op het feit dat de Islamitische cultuur (ik praat liever over cultuur dan over geloof), elementen kent die niet zo goed aansluiten bij westerse cultuur. Als je een Nederlandse ondernemer hoort praten over ondernemen in Rusland, vinden we het heel normaal dat de ondernemer zich aanpast om succesvol te zijn. We vinden het ook normaal, dat niet iedereen dat kan. Je aanpassen aan een andere cultuur of een cultuur veranderen, is namelijk het lastigste dat er is. Maar hiermee is het probleem nog niet opgelost. Of je nu zegt – je moet de taal leren of je moet emanciperen en het huis uit – het blijft het opleggen van een norm uit de leidende cultuur. Pas als we daar niet meer krampachtig over doen, kunnen we dit probleem oplossen. Er zijn namenlijk nog verschillen tussen de Islamitische en de Westerse cultuur, die in de weg staat: ze hanteren een andere definitie van geluk. Waar voor ons ontwikkelen en veranderen bijna een doel op zich is, geldt voor de Islamitische cultuur veelmeer het behoud van traditie, rust en stabiliteit. Waar wij houden van structuur, rust en regelmaat, leven zij vrolijk chaotisch en nemen het leven zoals het komt. Denken in een maakbare samenleving is de ver van hun bed show. Verder denken zij vanuit het collectief en niet vanuit het individue. En denken vanuit het collectief versterkt weer de rolvastheid van de leden onderling. Het geeft maar onrust als de papa de mama dingen gaat doen! Ik merk dat ook aan mij gemancipeerde ex-man. Sommige ‘vrouwen dingen’ weigert hij echt te doen. Waar wij vrij makkelijk omgaan met gezichtsverlies en blunders, onder het motto waar gehakt wordt vallen spanders, is schaamte en schande – ook nog gekoppeld aan sexsuele eer en het collectief – echt een item. Dit betekent dat ouders hun kinderen wel het beste toewensen, maar wel binnen strakke lijnen van de cultuur. Hoe je dit moet overbruggen, zou ik zo ook niet een twee drie weten……. Met vriendelijke groet, Dsire Meulenbroek Afdeling Vastgoedbedrijf Team Vastgoedmanagement * 0412 685893 of 06-34083908 * d.meulenbroek@oss.nl
________________________________
Grietje van Schijndel
20 februari 2013
Ik ben in 1954 in Friesland geboren. Thuis spraken wij Fries, tegen vriendjes en vriendinnetjes en in de winkel uiteraard ook. Op de kleuterschool kwamen wij als Friese kleuters voor het eerst in aanraking met de Nederlandse taal. Op de lagere school werd er alleen nog maar in het Nederlands les gegeven. Op het schoolplein spraken wij Fries. Ik kan mij niet herinneren dat er in die tijd bijscholing voor de Nederlandse taal nodig was en onze moeders waren in die tijd ook niet geëmancipeerd. Het verbaasde mij dan ook toen mijn kinderen hier in Oss naar school gingen, dat ik te horen kreeg: wij zijn blij met het aantal allochtone kinderen op deze school, want daardoor is er meer geld beschikbaar. Ben het helemaal eens met Robert-Jan Steegman. Dit probleem kun je niet neerleggen op het bordje van de gemeenschap.
Joël
21 februari 2013
@René Van harte welkom! Wellicht is zondag 3 maart een leuke optie voor je, dan hebben we een Special Event met als spreker Andries Knevel.
renepetersoss
21 februari 2013
@Joel. Leuk man. Zeg maar hoe laat en ik zal er zijn.
Joël
22 februari 2013
@René We starten om 10:15 uur in de aula van het Mondriaan College, Mondriaanlaan 1. Op onze website http://www.kerkinoss.nl kun je de flyer checken, daar staat ook nog wat info op. Leuk dat je erbij bent!
anton hoven
23 februari 2013
Rene, jouw verhaal en de reacties hebben een wat pragmatisch kleurtje: nuttig en nodig. Principieel zou er een gelijkheids dimensie volgens mij een eerste keuze moeten zijn.