Met enige regelmaat zal op mijn weblog een gastbijdrage worden geplaatst. Deze tweede gastbijdrage is geschreven door Arthur Schellekens, Bestuurssecretaris / Hoofd Strategie & Communicatie van Jeugdzorg Nederland.
Het zal geen nieuws meer voor u zijn: in 2015 gaat de jeugdzorg van de provincie en grootstedelijke regio’s over naar de gemeenten. Deze transitie van de jeugdzorg wordt maatschappelijk en politiek breed gedragen en de verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. Om dat waar te maken is veel nodig. Niet in de laatste plaats vertrouwen in de professionaliteit van de hulpverlener.
Zorg wordt dichtbij ouders en kinderen georganiseerd, rond het gezin of de school. Op basis van “één gezin, één kind, één plan, één hulpverlener” wordt de zorg bovendien integraal georganiseerd vanuit verschillende disciplines: jeugdzorg, jeugd-GGZ of jeugd-LVB. Ouders worden dus niet meer van het kastje naar de muur gestuurd om de noodzakelijke zorg bij elkaar te sprokkelen. De transitie van de jeugdzorg gaat bovendien de bureaucratie aanpakken en institutionele verlamming doorbreken. Door stevig te investeren in preventie, licht ambulante programma’s en de eigen kracht in het netwerk van het kind wordt de instroom naar kostbare zware zorg verminderd. De zorg voor jeugd wordt hierdoor goedkoper, zo zijn de stoute verwachtingen. Het huidige kabinet is reeds zo vrij geweest een efficiencykorting van 15% in te boeken.
Er is veel nodig om de hooggespannen verwachtingen van de jeugdzorgtransitie waar te maken. Natuurlijk zijn een goed wettelijk kader en financieel raamwerk van belang. Maar de hoge ambities van de transitie – of transformatie – van de jeugdzorg zijn vooral afhankelijk van de professionals die daadwerkelijk met kinderen en gezinnen aan de slag gaan. Deze hulpverleners moeten vanuit wet & wethouder het vertrouwen krijgen om te doen wat nodig is om kind en gezin op het rechte spoor te brengen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Verschillende gezinsdrama’s en incidenten hebben het vertrouwen in de jeugdzorg en haar professionals geschaad. Het gevolg was een overdaad aan richtlijnen, beleid en protocollen, met als onhaalbaar doel het uitsluiten van incidenten. De samenleving is helaas niet volledig maakbaar. Ondertussen nam de regeldruk toe. Het volgen van deze regels leek bijna belangrijker dan het bereikte resultaat. De bureaucratie nam toe, hand in hand met een sterke verantwoordingscultuur. Een onwenselijke beweging, die nu gelukkig aan het kenteren is.
Gemeenten krijgen nu de kans om dichtbij hun burgers de zorg voor jeugd opnieuw te organiseren, in de wijken, buurten en scholen. Vertrouwen in de mensen die dit moeilijke vak uitvoeren is daarbij zogezegd essentieel. Als de gemeenten streven naar een echte transformatie van de jeugdzorg, dan horen hulpverleners daarin een centrale rol te krijgen, met al het vertrouwen dat zij verdienen.
Met vriendelijke groet,
drs Arthur Schellekens Jeugdzorg Nederland
Bestuurssecretaris / Hoofd Strategie & Communicatie
derk birnie
21 januari 2013
dit lijkt mij een prima uitgangspunt voor een verstandige en nuchtere discussie over dit onderwerp, ik hoop dat de beleidsmakers zich terdege realiseren hoe belangrijk de behandelaren zijn.
els
21 januari 2013
Helemaal eens met vorige reactie.Beleidsmakers zullen vertrouwen moeten hebben naar hulpverleners zodat ouders geen speelbal worden wie gelijk heeft.Ook zouden er korte lijnen moeten zijn waardoor de papierentijger af neemt.Ook op het gemeentehuis.Nu heb je voor voorzieningen te vaak dubbel papieren nodig van handelaars en gaat er een Ciz arts dunnetjes overheen.
En vertrouwen moet groeien tussen alle partijen ook bij ouders.Ik zie 1 hulpverlener zitten maar praktijk is weerbarstiger door allerlei omstandigheden gebeurd het vaak niet ondanks de wil.
Sven Snijer
29 januari 2013
Actie Plan voor Ouders: Hou Jeugdzorg buiten de school!
Deze brief is bedoeld voor ouders om persoonlijk te versturen per post of per email, naar gemeenteraadsleden, schoolbestuur van de school waar uw kind onderwijs krijgt, leden van de medezeggenschapsraad van de school of naar Kamerleden met jeugdzorg in hun portefeuille. Onderwijs mag geen voorportaal worden voor juridische maatregelen tegen uw gezin, dus help mee om zoveel mogelijk ouders in te lichten over de bijwerkingen van de vanuit jeugdzorg geregisseerde invloeden, die langzaam het onderwijs binnensluipen.
———————————————————————————–
Inleiding
Wij leven in een tijd waarin de overheid in toenemende mate het gevoel heeft, de greep op haar burgers kwijt te raken. Een openbare opmerking van minister Plassterk over de vermeende gebrekkige opvoedkwaliteiten van ouders, recentelijk geuit, is hier een voorbeeld van. Men maakt zich zorgen over de verruwing van de samenleving, waarbij geweld tegen voetbalofficials, tegen onderwijzend personeel, of ambulancepersoneel, de meest in het oog springende zijn, terwijl de jeugdcriminaliteit zich lijkt te verharden en de uitval van leerlingen in het onderwijs bij sommige sociale klassen erg hoog is.
Het oude standpunt dat de overheid verantwoordelijk is voor het publieke domein en dat de individuele burger in zijn eigen huis zelf mag bepalen hoe hij zijn leven inricht, wordt langzaam losgelaten. De overheid wil achter de voordeur komen, omdat zij de zure vruchten begint te plukken van te lang de maatschappelijke problemen met te zachte hand te hebben aangepakt. Convenanten tussen criminele jongeren en gezagsdragers, waar tot enkele jaren geleden nog grootse verwachtingen over bestonden, blijken volstrekt geen resultaat te hebben gehad en de schrikbarend grote aantallen hulpverleners en stichtingen die zich met probleemgezinnen gingen bemoeien, brachten behalve alsmaar stijgende kosten, geen enkele verbetering.
Strenger beleid
De toevlucht lijkt weer te worden genomen tot de ouderwetse strengheid. De politie van Amsterdam krijgt bijvoorbeeld niet langer de aansporing om met hangjongeren te ‘levelen’ (zoals in toenmalige introductiefilmpjes op de politieacademie), maar er mag weer echt worden opgetreden. De overheid wil weer respect krijgen van haar burgers en realiseert zich dat niet alles met een goed gesprek kan worden opgelost.
In dit kader moet ook worden bezien welke ontwikkelingen zich in de jeugdzorg/jeugdbescherming afspelen, met betrekking tot het mandaat en de bevoegdheden van de jeugdbeschermers en eveneens met betrekking tot haar werkveld, in het bijzonder de geplande aanwezigheid van jeugdzorg binnen de scholen (Passend Onderwijs). Jeugdzorg streeft er naar haar invloed uit te breiden binnen het onderwijs en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag steunen die ontwikkeling op verschillende manieren. In Den Haag en Amsterdam wordt er gewerkt met regio’s waarin een soort ‘sociale huisarts’ werkzaam is, die in nauwe relatie staat met ouders en scholen.
Hierbij is het de bedoeling dat er een vertrouwensrelatie ontstaat tussen ouders en sociale huisarts, maar tegelijkertijd wordt vermeld, dat deze vertrouwenspersoon ook bevoegdheden heeft richting het juridische kader, wat een tegenstrijdigheid op zich lijkt. In het algemeen is er iets voor te zeggen dat de overheid meer invloed wil gaan uitoefenen op de opvoeding van kinderen, als de maatschappelijke ontwikkelingen zo zijn, dat het steeds moeilijker wordt om een beroep te doen op een algemene fatsoensnorm en maatschappelijke saamhorigheid van burgers, maar het ‘achter de voordeur komen’ door de overheid brengt ook grote risico’s met zich mee en niet alleen op het gebied van de privacy.
Onderwijs en jeugdzorg
In Nederland leeft traditioneel het idee dat een betere samenleving begint bij een betere opvoeding van kinderen en daarnaast met beter onderwijs. Deze twee wil men nu gaan combineren door jeugdzorg de school in te loodsen, onder de vlag van een nieuwe beroepsgroep, de sociale huisarts (in Amsterdam is een nieuwe benaming in de maak vanwege het beschermde beroep arts/huisarts). Bij deze sociale huisarts is een waarschuwing op zijn plaats voor ouders. Voor iedereen die nooit persoonlijk met jeugdzorg te maken heeft gehad en die denkt dat zijn/haar gezin geen gevaar loopt van te grote overheidsbemoeienis, vanuit de algemene veronderstelling dat wanneer er in een gezin niets aan de hand is, er ook voor gedwongen hulp niet hoeft te worden gevreesd.
Jeugdzorg is geen gewone hulpverlener en de sociale huisarts is dat ook niet. De gemakkelijke toegang tot gedwongen hulp, maakt dat er anders dan bij door ouders zelf gekozen hulp, veel sneller sprake is van een door de hulpverlener (indiceerder) opgedrongen hulp, die kan ontaarden in een aanvraag van een kinderbeschermingsmaatregel bij de kinderrechter. In theorie betreft het dan uitsluitend gevallen waarbij ouders de noodzakelijke hulp voor hun kinderen niet willen aanvaarden, wat het inschakelen van het juridisch apparaat noodzakelijk maakt, altijd onder vermelding van ‘het belang van de jeugdige.’
In de praktijk valt echter vaak moeilijk te onderscheiden of ouders onwillig waren ten aanzien van de voorgestelde hulp, of dat onvrede over de kwaliteit van de hulpverlening de situatie deed escaleren, waarbij jeugdzorg (en dus ook de sociale huisarts), met het juridisch apparaat achter zich altijd sterker staat dan ouders, in geval van een hulpverleningsconflict/meningsverschil over wat het kind/gezin nodig heeft.
Juridisch apparaat
Hierbij is het van belang op te merken, dat zodra het juridische kader wordt geactiveerd, er in het jeugd- en familierecht, de bijzondere omstandigheden zijn dat er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, waardoor er meestal een situatie ontstaat van het woord van de ouders tegen dat van de jeugdbeschermers en de uitlatingen van informanten door de jeugdbeschermers geraadpleegd (en op hun eigen – op kindermishandeling gerichte – manier geïnterpreteerd). Vele ouders zijn hun kind kwijt geraakt door eenzijdige rapportages van het AMK en de Raad voor de Kinderbescherming, waarbij er geen overtuigende bewijzen waren voor kindermishandeling, maar waar men het zekere voor het onzekere nam.
In Nederland worden de rechten van het kind los gezien van de rechten van de ouders. En het recht van het kind, op het opgroeien in contact met beide ouders, geldt niet als voornaamste onderdeel van de definitie van ‘het belang van het kind’. Ouders worden in dit systeem gauw afgekeurd en ongeschikt geacht hun eigen kind verder op te voeden, zeker wanneer een ogenschijnlijk geschikt pleeggezin is gevonden.
HBO niveau
Een groot bezwaar van de hulp van jeugdzorg of de sociale huisarts, is dat het hulpverlening is op het niveau HBO, wat lager is dan het universitaire niveau van de gewone huisarts, waar ouders als het goed is al een vertrouwensrelatie mee hebben. (En waar je ook kunt kiezen voor overstap naar een andere, als je ontevreden bent met de geboden hulp/adviezen.)
Het wordt uitdrukkelijk gesteld dat meer gespecialiseerde krachten als de jeugdpsycholoog, gelden als een ‘achterwacht’ die eventueel geraadpleegd kunnen worden, zoals het nu ook gaat bij jeugdzorg en haar gedragswetenschappers. Deze gedragswetenschappers hoeven middels de alternatiefstelling van artikel 35 UvB.WJz niet verplicht te worden ingeschakeld, maar zijn een optie.
Dit betekent dat onderzoek van uw kind door een daarvoor universitair geschoold persoon niet zal gebeuren wanneer dit door de HBO geschoolde gezinsvoogd/AMK-onderzoeker of sociale huisarts niet nodig wordt geacht. Zo kan het gebeuren dat wanneer uw kind last heeft van kind-eigen problematiek, zoals een pervasieve ontwikkelingsstoornis, deze niet wordt herkend door de sociale huisarts, omdat deze hiertoe niet bekwaam is, en in plaats daarvan u als ouder ‘pedagogische onbekwaamheid’ in de schoenen geschoven krijgt. Bent u het daar niet mee eens, dan toont u ‘onwil’ en bedreigt u de veilige ontwikkeling van het kind en dat activeert meteen het juridische kader.
De goeden lijden onder de kwaden
Dit land lijkt er een patent op te hebben om een hele groep te laten lijden onder de misdragingen van een minderheid, zoals we jaren lang hebben gezien in de voetbalwereld en het gedrag van hooligans. Ook in het straatbeeld hebben we decennia lang kunnen meemaken hoe een doorgeschoten gedoogbeleid en de ‘praatcultuur’ ertoe leidde dat er hele gezinnen konden worden weggepest uit de buurt waar ze woonden.
In de zorg voor de jeugd zien we hetzelfde gebeuren. Er zijn continu nieuwe plannen in de maak van overheidswege en vanuit de jeugdzorgsector, om strenger op te treden tegen mensen die hun kinderen niet op de juiste manier toerusten voor de maatschappij, door hen normen en waarden te onthouden, een opleiding niet te stimuleren of liefde en aandacht te schenken. De manier waarop die plannen gerealiseerd worden, zijn echter van eenzelfde wezenloosheid, ondoordachtheid en ongevoeligheid voor de bezwaren van ouders, ouderondersteuners en jeugdrechtadvocaten, als de mentaliteit die men zo graag wil bestrijden.
Het grootste gevaar van de reuzestofzuigermethode van de overheid, om greep te krijgen op alle kinderen, is dat er een systeem op gang wordt gebracht dat is ontworpen met het oog op de volkomen disfunctionele gezinnen, die geen hulp kunnen of willen aanvaarden, waarbij de normale(re) gezinnen met dezelfde ogen bekeken worden, gericht op mishandelingsignalering en het falen van ouders.
De goodwill is aan het verdwijnen, het relativeringsvermogen en het respect voor de diversiteit van opvoedingsmethoden van ouders die allemaal een eigen levensgeschiedenis en ervaring hebben. De eenheidsworst tiranniseert ons allen steeds meer.
De ambivalentie die het gedrag van de hulpverlener/jeugdbeschermer kenmerkt in de keuze tussen een relationele basis voor zorg voor de jeugd, of een bestraffende houding doorgevoerd met juridische machtsmiddelen, leidt ertoe dat ze noch volgens de ene taakomschrijving kunnen functioneren, noch volgens de andere. Door de veiligheidstaken van de Raad voor de Kinderbescherming over te nemen, verkwanselen ze hun imago als hulpverlener en door in reële kindbedreigende situaties teveel de hulpverlener te willen zijn, verliezen ze hun wakend oog en wordt er vaak niet op tijd in gegrepen wanneer dat wel nodig is. Gevolg van die verwarrende taakomschrijving, is een jammerende jeugdzorg die zich beklaagd dat zij het ‘ook nooit goed doen’.
Jeugdzorg als octopus
Ouders wordt in toenemende mate de zeggenschap over de eigen kinderen ontnomen, maar het gaat op heel subtiel en geleidelijke wijze. Door veelvuldig te strooien met woorden als ‘overleg’ en ‘eigen netwerk’ wordt er een rookgordijn aangelegd om te verhullen dat er achter de mooie plannen een harde juridische werkelijkheid schuil gaat, die in de praktijk geenszins weg te poetsen valt indien een professional van kwade wil is (en er is niet gezegd dat dit altijd zo is, maar in geval van conflict is de ongelijke machtsverhouding een feit).
Het grootste gevaar voor ouders, is de consensus die zal ontstaan onder professionals, wanneer het gezin besproken wordt, waarbij alle partijen gelden als een aparte stem, terwijl de ouders er ook maar één hebben. Over het algemeen zijn professionals niet gauw geneigd met elkaar van mening te verschillen, want de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kind, durft niemand persoonlijk op zich te nemen.
Er zal vaak geredeneerd worden in de richting van de ‘zorgen’ van degene met de juridische bevoegdheid. Ten onrechte wordt hierbij de rechter beschouwd als een betrouwbare toetsing, terwijl deze in de praktijk grotendeels op goed geloof de adviezen van de jeugdbeschermers volgt.
Er is in de toekomst geen ontsnappen meer aan de macht van jeugdzorg, omdat alles centraal geleidt wordt langs deze instantie. Je kind op een speciale school plaatsen bijvoorbeeld, wat vroeger nog gewoon kon langs andere wegen, zoals het Mentrum, moet nu via jeugdzorg. Je kind rechtstreeks naar een kinder-of jeugdpsychiater brengen, kan straks niet meer zonder toestemming van een ‘gecertificeerde instelling’ van de gemeente (Jeugdzorg onder een andere naam). Kinderpsychiaters zijn hier heel boos over! En nu komen de staatsopvoeders zich dus ook aan ouders opdringen vanaf de voorschool.
Als een octopus zit jeugdzorg, met wat voor camouflerende naam dan ook, straks midden in een netwerk waar ouders aan alle kanten aan hen zijn overgeleverd. De tevens in de nieuwe jeugdzorgwet voorgestelde OTS-‘light’ is in de praktijk een nog makkelijkere manier voor jeugdwerkers om een gezin aan gedwongen maatregelen bloot te stellen, met alle stress en ellende die dat tot gevolg heeft, omdat ouders weten dat 50% OTS eindigt in een uithuisplaatsing.
De centraal geleide samenleving is er op gericht dat ouders zoveel mogelijk werken, hun kind zoveel mogelijk aan de richtlijnen van de overheid toevertrouwen en overal gehoorzaam in meegaan, omdat van mening verschillen met de alwetende professionals niet goed is voor de ‘gezondheid’.
Het wordt tijd dat ouders hiertegen in verzet komen en eisen dat hulpverlening niet wordt opgedrongen en dat een eventuele verdenking van kindermishandeling niet de hulpvraag vervuilt, bij gewone opvoedingsvragen. Zodat dat weer wordt overgelaten aan de Raad voor de Kinderbescherming, los van jeugdzorg en mét waarheidsvinding in haar onderzoekstraject.
Dat hulpverlening bij normale opvoedingsvragen heel goed, zelfs beter zonder jeugdzorg kan wordt bewezen door het succes van de Opvoedpoli en de vrijwilligers van Home Start.
We hebben op dit moment te maken met een overheid die een overspannen tegenreactie geeft op de gevolgen van haar eigen jarenlange doorgeschoten tolerantie, door nu opeens de teugels strak te willen aantrekken en daarbij geen grens meer heeft in haar controlerings-en beheersingsmethoden. Concreet hebben ouders geen enkele garantie dat zij het ouderlijk gezag niet op valse gronden kunnen verliezen ondanks mooie beloftes over ‘zorgvuldigheid’ , ‘overleg’, ‘Eigen Kracht’ en andere pacificerende termen die bedoeld zijn om inhoudelijke kritiek met bloemen te bestrooien. Het is het overbekende jeugdzorgjargon waarvan de vele ervaringsdeskundigen die door hen gedupeerd zijn weten wat het waard is.
Ouders moeten zich goed realiseren dat dezelfde beleidsmakers die nu het mandaat geven aan de sociale huisartsen, straks wanneer gezinnen in de mangel komen van een gesloten zorgsysteem, waarbij de professionals elkaar afdekken en zich laten sturen door de visie van de eerste zorgmelder in een digitaal volgsysteem (verwijs index risico jongeren) volkomen onbereikbaar zullen zijn wanneer ouders bij hen aankloppen en ze braaf zullen doorverwijzen naar klachtencommissies en Ombudsmannen. Dan is het verder het feestje van de ouders, want op dat punt zullen de beleidsmakers zich niet langer bemoeien met de ‘deskundigheid’ van de professionals en verder hun handen wassen in onschuld.
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/04/belangrijke-oproep-mail-aan-uw-advocaat.html
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/06/jeugdzorg-cultuur-het-prerogatief-om.html
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/01/artikel-35.html
——————- Ouderschapsintegriteit ——————–
Ik eis dat ik als ouder zelf kan bepalen welke hulp ik voor mijn kind geschikt acht. Wanneer zich problemen voordoen, lever ik mijn kind niet uit aan een vertrouwenspersoon die geen echte vertrouwenspersoon is, zoals de aansluitmedewerker van jeugdzorg of een zogenaamde ‘sociale huisarts’.
In overlegteams tussen professionals, wordt er naar ouders gekeken als naar een ‘leek’ en de ervaringsdeskundigheid van ouders blijkt vaak van geen enkele betekenis. Om die reden wens ik niet dat mijn kind wordt besproken in een ZAT-team (Zorg Advies Team). Ik zorg zelf voor adequate hulp indien nodig. Zonder mijn toestemming wordt er geen vertrouwelijke informatie gedeeld met derden.
De hysterie rond kindermishandeling heeft elke vertrouwensbasis tussen ouders en school, ouders en hulpverleners, ouders en hun huisarts onder spanning gezet, wat uiteindelijk in het nadeel zal uitpakken voor kinderen. Ik onthoud mij daarom van medewerking aan dit overspannen klimaat.
Mijn kind heeft recht op hoogwaardige gezondheidszorg (IVRK 24) van een universitair geschoold persoon en ik neem als ouder geen genoegen met de discriminatie van de overheid richting mijn kind, door mij als ouder het recht te ontnemen om zelf een specialist in te schakelen, maar die keuze voor mij te laten maken door een HBO-geschoolde pseudo-arts/maatschappelijk werker.
School en (gedwongen) hulpverlening moeten gescheiden gebieden blijven. De overheid moet andere middelen bedenken om de burgerlijke moraal te beïnvloeden. Ik wil geen jeugdzorg of daarmee verbonden beroepskrachten in de school van mijn kind.
Ik wens in mijn ouderschapsintegriteit gerespecteerd te worden en door de overheid als een volwaardig burger te worden behandeld, waarbij mijn privacy is gewaarborgd, mij voor alles apart toestemming wordt gevraagd en ik nergens toe wordt verplicht wat mogelijkerwijze in strijd is met mijn grondwettelijke en internationale rechten.
Handtekening ouder,
……………….
Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html