In een interview met Oprah Winfrey bekende Lance Armstrong wat we allemaal eigenlijk al wel wisten. Ook hij gebruikte structureel doping. Verrassend is dat niet. Dat hij daar jarenlang over loog ook niet. Armstrong deed in het groot wat velen in het klein doen. Mensen maken nu eenmaal gebruik van de mogelijkheden die er zijn. Ook als dat eigenlijk niet helemaal eerlijk is.
Armstrong deed in het groot wat mensen soms doen. Hij omzeilde de regels omdat dat kon. Samengevat zou zijn redenering de volgende kunnen zijn geweest. “Epo werkt, ik ga er harder door fietsen. Niemand komt er achter als ik het gebruik. Iedereen om mij heen gebruikt het. En Epo is niet gevaarlijk voor mijn gezondheid. Eigenlijk loop ik geen enkel risico.” Achteraf zegt Armstrong spijt te hebben. Maar ik durf er geld op in te zetten dat hij zich gedurende zijn carriere niet schuldig heeft gevoeld. Hij deed wat vrijwel iedere topwielrenner in zijn situatie zou doen. (En ook heeft gedaan.)
Armstrongs redenering werkt ook bij niet topsporters. Op een feestje legde een oud-collega me haarfijn uit op welke manier hij bepaalde belastingregels zo kon omzeilen dat geen haan er naar kraaide. Hij verklaarde dat hij wel gek zou zijn wanneer hij geen gebruik zou maken van de mogelijkheden die er gewoon zijn. Hij deed dat niet uit slechtheid. Hij deed het omdat het kon.
Volgens Armstrong was het gebruik van doping relatief simpel in zijn dagen als wielrenner. “Het was slechts een kwestie van goede planning. Dat veranderde met de komst van out-of-competition-controles en het bloedpaspoort. Die maatregelen werken echt.” De Texaan ontkent dan ook expliciet het gebruik van doping na zijn comeback in 2009: “De laatste keer dat ik prestatiebevorderende middelen heb gebruikt was in 2005. Na mijn terugkomst niet meer. Absoluut niet! Niet in 2009 en niet in 2010.”
Zolang de mogelijkheid bestaat om de regels in je eigen voordeel te omzeilen zullen er mensen zijn die dat doen. En wanneer het eenvoudig is ze te omzeilen zullen veel mensen dat doen. In mijn denken maakt dat mensen niet persé slecht. Of het nu om doping of om gesjoemel met belastingaangifte, verzekeringen, pgb-verantwoordingen, onkostenvergoedingen of declaraties gaat. Als we echt willen dat mensen zich aan de regels houden moeten we fraude heel erg moeilijk maken.
Juul van de Kolk
18 januari 2013
Ik ben het daarmee eens. Maar met het al te menselijke heb ik problemen.
Fraude moet onaantrekkelijk zijn en eerlijkheid moet het langst duren. Maar hoe stimuleer je dat. Hoe krijg je daar begrip voor.
Met niemand vertrouwen en alles controleren wordt het een ondoenlijke, bovendien onbetrouwbare en onbetaalbare onderneming.
Hoe moet dan het vertrouwen groeien dat eerlijkheid loont. Dat eerlijkheid veel meer gewaardeerd wordt dan burgerlijk succes, handigheid en profijt. Eerlijkheid is het kenmerk van wat je bent, niet van wat je hebt.
Dat je baas over jezelf moet kunnen blijven. Dat je zelf alles goed moet doen wat je kunt in je deelname aan je samenleving. En dat is toch een voorwaarde voor goed samenleven, denk ik
Nina
18 januari 2013
Erg lastig puntje dit. Ik ken veel mensen die sjoemelen met hun uitkering of ander geld. Maar intussen moet ik om een uitkering te krijgen soms vernederende vragen beantwoorden en gaat er enorm veel tijd en stress zitten in het voor elkaar krijgen van kleine dingen (zoals bijv. het aanvragen van een rolstoel). Ik zou ook niet 1-2-3 weten hoe je dit op een goede manier voor elkaar kunt krijgen, maar ik denk dat de oplossing eerder zit in minder bureaucratie en meer in beeld zijn op 1 plek, zodat zulke dingen bijv. via de huisarts geregeld kunnen worden. Maar dit geldt natuurlijk niet voor belastingzaken. Ik denk in ieder geval dat mensen op papier sneller worden verleid zulke dingen te doen, dan als ze het met ‘echte mensen’ moeten regelen en dat het op die manier ook voor de ‘eerlijke’ mensen menselijker zal zijn. Groetjes, Nina
renepetersoss
18 januari 2013
@Nina en @Juul. Ik denk dat het gewoon moeilijk moet zijn om te frauderen. In de sport en ergens anders. Haal de ‘prikkels’ er uit. En dan bedoel ik niet dat we een ontmoedigingsbeleid moeten voeren door zoveel mogelijk bureaucratie in te voeren. We moeten in de richting van ‘de kanteling’ waar ik al eerder over schreef. Geen ‘recht op’ wanneer je voldoet aan criteria. Maar krijgen wat je nodig hebt.
De Noodkreet (@denoodkreet)
21 januari 2013
Aristoteles heeft dit probleem al enige tijd geleden beschreven. Hij stelt dat het gebruik van “praktische wijsheid” de enige oplossing is voor dit probleem. Het opvoeren van regels ten behoeve van beheersbaarheid en controle om een systeem dicht te timmeren is kansloos. Dit betekent niet dat er geen regels hoeven te zijn, maar net als water altijd naar het laagste punt stroomt zullen er altijd mensen zijn die de regels weten te omzeilen.
Voor een heldere uiteenzetting van dit concept , toegepast op de banken crisis of het zorgstelsel verwijs ik graag naar Barry Schwarz: