“Veel ouders meten met twee maten”, kopt het Brabants Dagblad op 14 januari. “Scholen mogen best strenge regels hanteren, vinden de meeste ouders. Maar niet voor hun eigen kind”. En: “Veel ouders vinden dat docenten moeten openstaan voor kritiek, maar willen zelf niet worden aangesproken”. Een herkenbaar beeld al betreft het volgens mij een kleine minderheid. En goed vergelijkbaar met trajecten waarbij bezuinigd of gehandhaafd moet worden.
Binnen de landelijke politiek wordt soms verzucht dat de kiezer best begrijpt dat er moet worden bezuinigd. Maar dat niemand wil dat die bezuinigingen hem of haar persoonlijk raken. Ook een stevige aanpak van bijvoorbeeld verkeershufters kan op veel bijval rekenen. Tenminste tot het moment dat een enorme boete op de deurmat valt, wanneer je zelf eens te hard gereden hebt. Niet alleen ouders, maar ook kiezers meten soms met twee maten.
Op scholen waar de ouderbetrokkenheid hoog is, komen misverstanden en onenigheid tussen ouders en leerkrachten veel minder voor. Bovendien presteren kinderen veel beter, wanneer ouders en de school goed samenwerken. Betrokkenheid zorgt voor een beter en veiliger leerklimaat. Het betrekken van ouders moet zeker niet doorschieten naar “u vraagt, wij draaien”. Maar de tijd dat ouders blij mochten zijn twee keer per jaar op ‘audiëntie’ te mogen komen om te merken dat de docent nauwelijks weet wie hun kind is, die tijd is bij de meeste scholen wel voorbij. Betrokkenheid is dialoog met respect voor ieders rol en kwaliteit. Veel scholen besteden daar terecht veel aandacht aan. Scholen willen betrokken ouders en vragen actief van ouders om zich ook betrokken te gedragen. Er zullen altijd mensen zijn die met twee maten meten. Maar betrokken mensen toch meestal niet.
De politiek worstelt enorm met de betrokkenheid van burgers. Eens per vier jaar (of veel vaker) gaan we naar de stembus. Voor veel mensen was het dat dan wel. En gezien de grote hoeveelheid zwevende kiezers of niet-stemmers voelt stemmen als de jaarlijkse gang van een ouder naar de school waar ze je kind niet kennen. Het veelvuldig gebruik van internetpolls of opiniepeilingen werkt eerder averechts. Het wekt de indruk dat de wens van de meerderheid direct vervuld zal worden (u vraagt, wij draaien). Zo werkt het niet en dus neemt de betrokkenheid nog verder af. “Ze luisteren toch niet naar wat ik zeg.” Net als het onderwijs moet ook de politiek burgers betrekken bij het besturen van de gemeente of het land. En wel zonder te vervallen in plat populisme. Dat is niet eenvoudig. En eigenlijk liggen de goede voorbeelden niet voor het oprapen. Maar tot het moment dat betrokkenheid echt goed van de grond is gekomen, zullen ontevredenheid en misverstanden aan de orde van de dag blijven. Iemand suggesties?
Kouboy
17 januari 2013
Ja. Ik vind het een mooie vergelijking. Niet 2 x per jaar een 10 minuten op een oudergesprek op een avond waarop je eigenlijk niet kon. Niet 1 x per zoveel jaar op een vaste dag in de rij staan voor een stemhokje, of iemand anders machtigen omdat het echt niet anders kan. Wachten tot je iets mag zeggen. Of zelfs, wachten tot je mag zeggen welke partij iets voor je mag zeggen.
Ouders zoeken de school op om hun mening te geven/ mee te denken, gevraagd of ongevraagd. Zij zorgen er wel voor dat de school deze mening hoort en hopen dat er iets mee gedaan wordt. Zij praten er niet alleen over op verjaardagsfeestjes, maar bereiken de school. Omdat het om hun kind gaat, hun belang en betrokkenheid is groot. Verandering en effect is vaak direct en dagelijks zichtbaar.
Volgens mij is een essentiele vraag, mbt politiek; hoe ontmoet je elkaar? en voor de burger, hoe dring je door, zorg je ervoor dat je mening telt, of dat je uitleg krijgt over waarom bepaalde beslissingen genomen worden. Wat zie je ervan terug?
Het is vaak dezelfde (kleine) groep burgers die de weg weet, regelmatig naar bijeenkomsten gaat of zich op een andere manier laat horen of informeren.
Henk en Ingrid zijn daar bijna nooit bij. Volgens mij hebben Henk en Ingrid ook een uitgesproken mening, willen ze best ook iets zeggen, daar (even) tijd voor nemen, als ze het idee hebben dat het zin heeft, als er snel gereageerd wordt, zodat het effect snel zichtbaar is.
Volgens mij hebben zij in het huidige systeem geen idee hoe dat te doen, waar te beginnen en of iemand hen hoort. Tonen zij mede daardoor geen interesse.
In deze digitale wereld kan alles snel en dichtbij zijn. Gewoon in je eigen tijd, op je tablet of mobiel, stemmen en je mening geven over dingen die dicht bij je staan. En snel antwoord krijgen van de politiek. Snel effect zien, dus ook vooral op de korte termijn, in de fysieke leefomgeving.
Misschien wel de Oss-app, klein beginnen, concreet,en snel uitbreiden. Mensen benaderen met directe berichten:
Welk kunstwerk moet de gemeente aankopen op de rotonde? plaatje 1, 2 of 3? Mail andere suggesties?
Welke stoeptegel moet als eerst rechtgelegd worden? Agenda van de raadsvergadering, punt 3 en 5, wie heeft er iets over te zeggen?
Het geld is op, we moeten bezuinigen, een gebouw moet weg, optie 1, 2, of 3? Wie van de betrokkenen heeft een andere oplossing?
En dan combineren met: Welk museum, zwembad of sporthal geeft er vandaag korting? Wat kun je allemaal gratis doen/krijgen in de gemeente/provincie etc. Waar zijn de luiers in de aanbieding? Waar is de volgende rommelmarkt/koopzondag?
Mijn suggestie is, maak er een bekend, actueel en werkend platform van, onderzoek en ontwikkel het samen, investeer erin, verwijs er naar, praat erover, benoem het in elke publicatie, bundel het met de pagina’s waar burgers veel gebruik van maken, zoals de digitale loketten, koopzondagen, etc. etc.
anton hoven
18 januari 2013
Voor het onderwijs: Bij 10 min. gesprekken moeten geen belangenbehartigen zijn zo van: “van de 2 onvoldoendes moet Wim er nog 1 wegwerken anders blijft hij zitten. 10 minuten gesprekjes moeten gaan over de thuissituaatie en niet over de school. Elke leerling brengt immers dagelijks zijn thuissituatie mee naar school. Intake gesprek bij de start van de school en een samenwerkingsovereenkomst met ouders leveren meer op. M.a.w. Politiek moet niet aan eigen belangenbehartiging doen, maar met klanten over hun thuissituatie spreken. Hoe? gewoon iedere dag en elk moment.