Ze leefden nog lang en ze stierven gelukkig

Posted on 9 oktober 2012

2


“Dankzij de moderne wetenschap kunnen we straks 120 of 130 worden. Maar wie wil dat? Nu al worden ouderen als ballast beschouwd. Wie wil nog meer eenzaamheid?” vraagt Heleen Crul in NRC Weekend.

In westerse landen stijgt de gemiddelde leeftijd nog steeds. Dat is te danken aan de combinatie van een grotere welvaart waarin wij leven en de beschikbaarheid van medicijnen en medische interventies. Maar een langer leven is niet per definitie een beter leven. Veel bejaarden vinden hun leven zinloos, inactief en eenzaam. Crul: “Als je voortdurend merkt dat je leven en kennis niets meer waard zijn en dat je persoonlijke ervaringen oninteressant of ouderwets zijn, is het niet verbazingwekkend dat je je leven ervaart als zinloos. Dit gevoel wordt nog eens versterkt door kille Haagse boekhouders die de nadruk leggen op de kosten van de ‘vergrijzers’ als groep.”

De Nederlandse Vereniging Voor een Vrijwillig Levenseinde pleit voor ‘een voltooid leven’ als reden voor actieve euthanasie. Dat kan bijvoorbeeld door het gratis verstrekken van de ‘pil van Drion’. Ik wil hier niet ingaan op het fenomeen euthanasie zelf. Voor het plegen van euthanasie kunnen veel redenen zijn. Wat mij betreft goede en minder goede. Maar wat bezielt mensen die nog gezond zijn, zonder tekenen dat dit op korte termijn gaat veranderen, en die hun leven als afgerond zien? Al in 2001 stelt de SP  dat er in plaats van een debat over een doodspil voor ouderen een maatschappelijk debat moet worden gevoerd over de problemen van ouderen en hun plaats in onze samenleving. Die oproep uit 2001 lijkt me nog steeds erg actueel.

Toch worden aanknopingspunten om dat debat aan te gaan niet op die manier opgepakt. De discussie over het ‘verplicht’ helpen van familieleden bij de zorg voor demente bejaarden in een verzorgingstehuis wordt direct economisch of politiek gemaakt en gaat niet over moraal. De vraag of het niet vreemd is dat kinderen blijkbaar verplicht gesteld moeten worden bij hun demente moeder of vader op bezoek te komen, wordt te weinig gesteld.

“In Italië gaat dat wel anders,” aldus Crul in het NRC. “Daar blijven ouderen, zelfs hoogbejaarden, actief. Er is daar meer begrip en meer geduld. Het grote verschil met ons is dat ouderen er daar bij blijven horen. Ze worden daar niet beschouwd als een hinderlijke groep.” Ik sluit me aan bij de oproep van Crul en eigenlijk ook bij die van de SP in 2001. “Het gaat er niet om jaren toe te voegen aan een leven. Het gaat er om een gezonder en zinvoller leven toe te voegen aan de jaren”. We moeten zorgen dat ouderen erbij blijven horen. Dat is een grote, maar ook realistische opdracht.

Posted in: Uncategorized