Vluchtelingenwerk

Posted on 5 september 2012

1


Toespraak gehouden bij de opening van de tentoonstelling bij het twintig jarig bestaan van Vluchtelingenwerk Oss.

Tot twee jaar geleden had ik weinig beeld bij vluchtelingenwerk. Ik associeerde het vaag met de kerk en iets waaraan wel eens geld gegeven werd. Echt gesproken met een vluchteling had ik nooit. En me verdiepen in hun situatie in Nederland al helemaal niet. In Nederland zijn mensen veilig en voorzien van eten en drinken, onderwijs en een dak boven hun hoofd. Dat leek me goed. En verder stond ik er niet bij stil.

Ik las laatst over de Amsterdamse hoogleraar theaterwetenschap Dragan Klaic. Hij was geboren in Novi Sad, maar had die stad al enkele keren verlaten. In ‘Bruggen sneuvelen in de de Donau’ beschrijft hij de vernietiging van de Petrovaradinbrug om vijf uur in de ochtend, bij de oorlog tegen Milosevic. Hij was ontdaan en dat verbaasde me. Er waren mensen gesneuveld in voormalig Joegoslavië, en deze man schrijft letterlijk een in memoriam voor een brug.

Maar als je achter de letters leest, snap je iets van zijn verdriet. De brug, daar hingen zijn oude stadgenoten rond, ze ontmoeten elkaar. De brug, dat was zijn oude wereld, de stad die hij verlaten had, maar waar hij altijd naar terug kon. Maar nu de brug vernietigd was, was zijn wereld er niet meer… Hij voelde zich letterlijk ontheemd. Hij noemt ook het verlies van dierbaren, maar als ik hem goed begrijp, kan hij daarmee leven. Het verlies van je wereld, dat hakt erin.

Vluchtelingen in Nederland zijn geen toeristen, zelfs geen reizigers. Het zijn mensen die hun oude wereld ontvlucht zijn. Ze zijn gestrand. Het is de vraag of ze ooit terug kunnen. Ze moeten in een vreemd land afwachten. En als ze geluk hebben, dan bouwen ze, met hun nieuwe buren, weer een wereld op. En die nieuwe buren, dat zijn ook de mensen van Vluchtelingenwerk

Ruim een jaar geleden liep ik een dag stage bij vluchtelingenwerk. Ik heb genoten maar ben ook geschrokken. Genoten van de inzet en het enthousiasme van de vrijwilligers. Genoten van de relatieve openheid, de dankbaarheid en de warmte van vluchtelingen. Maar ik ben ook geschrokken van de verhalen die ik hoorde. En van de dingen die ik zag. Zonder te overdrijven heeft een dagje stage meer met me gedaan dan honderd berichten in de krant over ellende in Ethiopië, Irak of Afghanistan. Dit was geen ver van mijn bed show. Dit was dichtbij. Dit was in Oss. Letterlijk bij mij om de hoek. Dit ging niet over abstracte mensen ver weg. Dit ging over personen die ik vast kon pakken.

Wanneer je elkaars taal letterlijk niet verstaat, geven inzet, doorzettingsvermogen, gewonnen vertrouwen en liefdevol geduld de doorslag. Aanwezig bij een intakegesprek waarbij mijn I-phone dienstdeed als intermediar tussen vrijwilligster, een echtpaar uit Syrie en een tolk, waren alle vier nodig. Een lijst met praktische zaken werd afgewerkt tot zichbare opluchting van het Syrische echtpaar en bewondering van mij. En dan moet het echte werk nog beginnen. Dit is geen vrijwilligerswerk. Dit is een roeping.

Vluchtelingen hebben niets aan medelijden, vertelde een medewerkster van vluchtelingenwerk me. “Het zijn ook geen zielige mensen. Over het algemeen zijn het sterke mensen. Anders waren ze niet tot hier gekomen. Sterke mensen met vaak in het verleden opgelopen beschadigingen. Post traumatische stress en andere psycho-sociale problematiek. Zonder een minimum aan begeleiding krijgen ze het niet voor elkaar in ons land een nieuw leven op te bouwen. En daarvom zijn wij er.”

En dat de vrijwilligers er zijn heb ik gezien. Ik heb veel respect voor deze mensen. Altijd klaarstaan voor een ander in een moeilijke situatie. Mensen die, als je niet uitkijkt, jou gaan zien als een onmisbare schakel in hun leven. Dat doet iets met je. Dat kan niet anders. Vaak geeft het voldoening. Soms, zo stel ik me voor, kun je er moedeloos van worden. Zeker als je het gevoel hebt er alleen voor te staan en je de tijdsgeest schijnbaar tegen hebt. Wanneer je het gevoel hebt je op een feestje te moeten verdedigen wanneer je zegt wat je onbetaald voor een ander doet.

Toch. Wie een mens helpt, helpt de wereld. Via de dorpsraad in Herpen kreeg ik de vraag of we iets konden doen voor de dochter uit een vluchtelingengezin die naar de universiteit zou kunnen. Het toeval wil dat ik tijdens mijn “stage” juist bij dat gezin op bezoek ben geweest. Ouders zijn veilig. De dochter gaat het in Nederland helemaal maken. En het gezin wordt in de gemeenschap opgenomen. Wie een mens helpt, helpt generaties. En dat doen deze vrijwilligers.

Ik wil nog even terugkomen op die Petrovaradinbrug van Dragan Klaic. De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis meldt dat hij zijn in memoriam op internet zette. Hij kreeg reacties van bekenden, maar ook van onbekenden. Van Mexico tot Israel kreeg hij reacties van oud-klasgenoten. En dat vind ik dan mooi: die brug uit zijn jeugd, die wist zelfs toen hij kapotgeschoten was, misschien wel juist omdat hij kapot geschoten was, mensen bij elkaar te brengen.

Namens de gemeenschap die Oss is en wil zijn,

bedankt voor jullie inzet. Het wordt gezien.

Posted in: Uncategorized