Met een opleiding kom je verder

Posted on 10 maart 2012

1


Elke ouder wil het beste voor zijn of haar kind: een goede toekomst. En het mooie is: in Nederland is dat voor heel veel mensen bereikbaar. Een goede opleiding is de beste garantie voor betaald en leuk werk. Ouders moeten de kinderen stimuleren om de school af te maken. Jongeren zelf en hun ouders hebben vaak ook andere dingen aan hun hoofd. Daarom moeten scholen en bijvoorbeeld de gemeenten hen ondersteunen om de opleiding af te maken. (Deze bijdrage verscheen op zaterdag 10 maart als gastopinie in de Osse editie van het Brabants Dagblad)

Als je een goede baan wilt kiezen, dan heb je een zogenoemde startkwalificatie nodig. Dat wil zeggen: minimaal een havo- of mbo niveau 2 diploma. Mensen met een goede baan hebben vaak een beter salaris en meer sociale contacten. Zinvol werk betekent voor veel mensen ook een gelukkiger en gezonder leven.

Natuurlijk is een goede baan belangrijk voor de jongeren zelf. Maar ook de maatschappij heeft meer dan vroeger behoefte aan goed geschoold personeel. Bijvoorbeeld vanwege de vergrijzing. De mensen worden ouder, en er worden minder kinderen geboren dan vroeger. Dat betekent dat minder mensen het geld voor iedereen moeten verdienen. Dat betekent dat het leven meer gaat kosten dan nu en dan kun je maar beter een goede baan hebben. De kans dat je van een uitkering goed rond kunt komen, zal er niet groter op worden.

Natuurlijk zijn allereerst de jongeren zelf, hun ouders en scholen ervoor verantwoordelijk dat jongeren een opleiding afmaken. Maar ze staan er niet alleen voor. De gemeente ondersteunt hen. We hebben met twaalf gemeenten in Brabant Noordoost sinds 2009 een Regionaal Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten. Het RBL BNO helpt verzuim tegen te gaan en begeleidt jongeren zo nodig terug naar school. Naast leerplichtambtenaren die controleren of leerlingen zich aan de leerplichtwet houden, werken ook trajectbegeleiders bij het RBL BNO. Zij begeleiden jongeren die niet naar school gaan en geen startkwalificatie hebben. Ze kijken met de jongeren mee hoe ze alsnog een diploma kunnen halen.

 Eén aanpak

Door samen te werken, hebben we één beleid voor de aanpak van schoolverzuim voor de hele regio. Leerlingen van het ROC of voortgezet onderwijs uit de hele regio (Maasland, Uden/Veghel en het Land van Cuijk) , hebben te maken met dezelfde afspraken, regels en procedures – ongeacht waar ze op school zitten. Voor scholen, ouders en leerlingen biedt dit duidelijkheid.

Ook voortijdig schoolverlaten willen we in de hele regio op dezelfde manier aanpakken. We proberen iedere thuiszittende jongere te vinden en te begeleiden, ook als ze volgens de wet niet meer leerplichtig zijn. We gaan desnoods thuis bij de jongere op bezoek. Landelijk scoren we erg goed: het aantal leerlingen dat voortijdig uitvalt, is in onze regio klein. Maar iedere jongere die zonder diploma aan de slag moet, is er nog één te veel.

Leerplichtambtenaren adviseren leerlingen en scholen en regelen hulp wanneer een jongere te vroeg van school dreigt te gaan. Als een leerling veel verzuimt, kunnen de leerplichtambtenaren ketenpartners inschakelen voor extra zorg of proces-verbaal opmaken tegen ouder of kind. Het RBL BNO controleert ook de school. En door een wetswijziging van1 januari 2012wordt deze rol aanmerkelijk groter. Leerplichtambtenaren moeten nog meer dan vroeger het verzuimbeleid van scholen controleren en daarover de onderwijsinspectie informeren.

Zonder diploma

Scholen zijn wettelijk verplicht een goed verzuimbeleid te hebben. Scholen moeten bijhouden als leerlingen niet op school zijn en zich actief inzetten om (ziekte)verzuim terug te dringen. Dat verzuimbeleid is meer dan een regeltje. Scholen moeten ook echt aan de slag. Scholen en ouders moeten al veel eerder overleggen als een leerling regelmatig verzuimt. Als ze zonder diploma de school verlaten, zie je altijd dat zo’n leerling eerst regelmatig wegblijft uit de lessen. Samenwerking tussen school en ouders is dus van groot belang. Aan die samenwerking valt links en rechts nog wel wat te verbeteren. Scholen spreken nog te weinig met ouders over verzuim.

 Samen voor de toekomst

Verzuim is dus een goede voorspeller van schooluitval. Ook de aanpak bij kortdurend ziekteverzuim is van essentieel belang. Weet de school wat er met een leerling aan de hand is die regelmatig ziek wordt gemeld? Worden er goede afspraken gemaakt met ouders, kind en schoolarts over het terugdringen van het verzuim? En wat is de rol van ouders? De leerplichtambtenaren gaan scholen, ouders en verzorgers hier veel indringender naar vragen.

De leerplichtambtenaar gaat minder spreken met ouders en leerlingen en meer met de school. De jongeren moeten huiswerk maken en een vak leren, maar ook alvast werken aan hun sociale contacten, creativiteit, conditie en die andere dingen die hen nu en later gelukkig maken. School is niet altijd het eerste waar ze dan aan denken. Samen met ouders moeten scholen er dus voor zorgen dat jongeren zich goed kunnen voorbereiden op hun toekomst. Wij moeten er samen op toezien dat de school er alles aan doet om dit voor elkaar te krijgen.

Posted in: Uncategorized