De kunst van het gelijk krijgen

Posted on 21 augustus 2013

9


“Hallo, met radio 1. De Telegraaf kopt vanmorgen dat ambtenaren een zesdaagse cursus tot jeugdpsychiater krijgen aangeboden. Zodat ze straks in staat zijn te bepalen wie recht heeft op duurdere zorg en wie niet. Wat vindt u daarvan?” Wat een verschrikkelijke en schadelijke onzin. Wat een bangmakerij. En wat een effect kan lobbywerk hebben op de beeldvorming over de transitie van de jeugdzorg. Nog niet zo lang geleden was heel Nederland het eens over het wat, waarom en hoe van die transitie. Ook jeugdpsychiaters ondersteunden (met al hun zorgen) de noodzaak tot inhoudelijke veranderingen. Het kon en moest beter. Maar het lijkt nu soms dat sociale (en blijkbaar ook reguliere media) gedomineerd worden door halve waarheden en ernstige overdrijvingen.

In zijn boekje ‘de kunst van het gelijk krijgen’ werkt de negentiende eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer een aantal zogenaamde kunstgrepen uit. Deze ‘trucs’ helpen je de publieke opinie te bespelen. Ze helpen om een debat te winnen en om je zin te krijgen. Maar eerlijke argumenten zijn het niet. Lobbyisten maken er veelvuldig gebruik van. Een bekende kunstgreep is de zogenaamde verruiming. Schopenhauer: “De bewering van de tegenstander over haar natuurlijke grenzen heen leiden, de bewering zo algemeen mogelijk opvatten, in de ruimste betekenis nemen en overdrijven”. Toen ik een paar weken geleden in een blog betoogde dat het goed zou zijn wanneer in een aantal gevallen anticonceptie verplicht zou worden gesteld, werd aan me gevraagd welke ambtenaar de bevoegdheid zou krijgen uit te maken wie kinderen mocht krijgen en wie niet….

Een bekend probleem binnen de zorg is dat er binnen een gezin soms tien of meer verschillende hulpverleners aanwezig zijn. Dat is geen situatie die echt ‘helpt’. Dit komt omdat we met zijn allen hebben afgesproken dat we voor ieder afzonderlijk probleem de best mogelijk zorg willen hebben. Hierdoor ontstaan verschillende specialismen. Ieder met een eigen financieringsstroom. Er bestaan gezinnen met meerdere problemen. We hebben het zo georganiseerd dat het dan bijna niet anders kan dan dat er voor elk probleem een aparte hulpverlener komt. En dat er op zijn zachtst gezegd geen enkele reden is om aan te nemen dat al die hulpverleners samenwerken. De oplossing voor dit probleem kan gevonden worden in het ontschotten van middelen. Per gezin kan dan op een rationele manier gekeken worden welke hulp ingekocht kan worden. Een gezin, een plan. En onderdeel van zo’n plan kan ook de jeudpsychiatrie zijn.

Voor de GGZ was het tot op dit moment simpel. Kinderen met een medisch probleem worden behandeld door een medicus. Kinderen krijgen de best mogelijke zorg door zeer hoogopgeleidde specialisten met zeer veel kwaliteiten. En dat is goed. Medische zorg mag nooit door amateurs, hoe goedwillend ook worden geleverd. De angst voor verandering bestaat bij ouders en professionals. En deels ook wel terrecht. Geld wordt schaars. Maar we moeten er wel voor zorgen dat kinderen de hulp blijven krijgen die ze nodig hebben. Dat willen en kunnen we ook. Zelfs wanneer er minder middelen beschikbaar zijn. Wanneer we er door het ontschotten van middelen en het maken van één plan voor kunnen zorgen dat overlap verdwijnt en dat niet alle problemen tegelijkertijd worden aangepakt, blijven er genoeg middelen over om hulp te garanderen.

Ook valt er winst te halen door het vroegtijdig leveren van hulp op de vindplaats van een probleem. Een klein kind met een klein probleem dat geen hulp krijgt, loopt het risico een groot kind met een groot probleem te worden. En dat is niet altijd nodig. Bovendien valt ook in preventie valt nog een wereld te winnen. Toch, als ik me verplaats in een professional binnen de GGZ of een ouder van een kind met een diagnose zou ook ik me zorgen maken. Psychiatrische hulp voor kinderen blijft brood en broodnodig. En ook ik zou zenuwachtig worden van wethouders die beweren dat psychiatrische stoornissen door preventie te voorkomen zouden zijn. Dat kan natuurlijk helemaal niet. Maar het beeld dat gemeentelijke ambtenaren, lettend op de centjes, en niet gehinderd door enige kennis van zaken, hulp aan kinderen die dat nodig hebben zouden weigeren, is op zijn best een kunstgreep waar Schopenhauer trots op zou zijn. De lobby om de jeugdpsychiatrie niet onder de jeugdzorg te doen vallen en die middelen niet te ontschotten, doet zijn werk. Ik sluit niet uit dat die lobby alsnog gaat werken. En ik wacht kamervragen af die naar aanleiding van het artikeltje uit de telegraaf zullen worden gesteld.

Maar Schoppenhauer is de beroerdste niet. Bij iedere kunstgreep geeft hij ook fijntjes aan hoe je daar mee om kunt gaan. In het geval van de kunstgreep uit de Telegraaf zou hij aanraden te blijven focussen op de kern van de zaak. Ontschotten van middelen is nodig om te kunnen werken met één gezin en één plan. De jeugdpsychiatrie hoort dus gewoon binnen de jeugdzorg. Beter dan te werken met kunstgrepen zouden mensen met een groot hart voor jeugdpsychiatrie hun echte zorgen uitspreken. Hoe zorgen we er binnen de nieuwe situatie voor dat kinderen die medische hulp nodig hebben die hulp ook krijgen? Hoe zorgen we ervoor dat de zorg van de huidige kwaliteit of beter blijft? Hoe zorgen we ervoor dat de aanwezige psychiatrische kennis door betere samenwerking en afstemming nog beter kan worden ingezet? Er is geen mens die deze zorgen niet deelt. En er is geen wethouder die daar niet over wil nadenken. Het gebruik van kunstgrepen door lobbyisten bevalt me minder. Ze maken mensen met terechte zorgen onnodig bang. Dat werkt bij mij in ieder geval averechts.

Posted in: Uncategorized