Wij komen er wel uit in de regio. Geen regels, maar regelruimte!

Posted on 23 juli 2013

0


Er staan heel wat veranderingen voor de deur  in de Jeugdzorg die per 1 januari 2015 hervormd wordt. Maar voor het zover is worden zorginstellingen nog afgerekend binnen het huidig stelsel en hebben ze weinig ruimte om te doen wat ze willen én moeten, om te kunnen veranderen. Ook voor gemeenten verandert er veel, zij krijgen minder geld en meer regels van de Rijksoverheid zodat ook zij weinig ruimte krijgen om te doen wat ze willen én moeten, om te kunnen veranderen.  Dat de zorg aan jeugdigen door moet gaan tijdens de veranderingen staat niet ter discussie. De wijze waarop hulpverleners en gemeenten samen de ruimte kunnen vinden voor dit proces is wel een discussie waard. 

Rene Peters, wethouder bij de gemeente Oss  en Toine van den Broek, bestuurder bij Koraal Groep,  geven hun mening in deze discussie.

Er zijn verschillende ontwikkelingen die vragen om hervorming van de zorg; de zorgkosten groeien harder dan de economische groei kan bijbenen, daarmee wordt zorg  in verhouding duurder. De gedachten over zorg en de Verzorgingstaat  veranderen. De Verzorgingsstaat ligt steeds meer achter ons en een sociaal participatieve samenleving komt daarvoor in de plaats. Zelfredzaamheid, eigen kracht en meedoen in de samenleving zijn daarbinnen belangrijke elementen. Maar het gaat ook over samenhang tussen zorg en onderwijs, over werk en inkomen, en over vrije tijd en veiligheid van kwetsbare jongeren.

Het ministerie van VWS beschrijft de verandering in haar brief van 8 februari aan de Tweede Kamer als ‘de verandering van het denken in systemen naar het denken in mensen’. De vraag is dan: wat betekent dit voor betrokken organisaties en gemeenten die samen aan zet zijn? Hun ‘systemen’ moeten een verandering  ondergaan, maar het is geen knop die je zomaar omdraait. De spelregels, de nieuwe wetgeving, gaan in op 1 januari 2015,  maar dan zijn we er dus nog niet.

De transitie van de Jeugdzorg en de overheveling van taken naar de gemeenten worden vaak  in één adem genoemd.  Het is een grote,complexe verandering: het gaat over samenvoeging van de huidige Jeugdzorg, de jeugd-GGZ en de zorg aan jongeren met een licht verstandelijk beperking. Maar ook over zorgvernieuwing, bezuiniging én het verleggen van bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheden. Kortom: geen peulenschil; geen eenvoudige overheveling van wettelijke taken van de ene overheid of financier naar de andere, maar ook het veranderen van spelregels, zorgvernieuwing én het anders kijken naar zorg.

Van den Broek onderschrijft de veranderende visie en ziet dit niet als diskwalificatie van huidig aanbod. Zorginstellingen hebben naar eer en geweten gefunctioneerd binnen de nu nog geldende systeem, waarin indicaties recht geven op zorg en waarbij de jongere – min of meer – los van zijn of haar omgeving beoordeeld wordt op beperkingen. Zij hebben waardevolle zorg geleverd. De stelsels kennen bekostigingsregels die gebaseerd zijn op aantallen; hiervan gaan deels perverse prikkels uit: hoe meer en hoe langer zorg en ondersteuning plaatsvindt, des te meer opbrengsten, kwaliteit en werkgelegenheid geboden wordt.

Koraal Groep gelooft in de veerkracht van de jongere en van zijn of haar familie en vrienden. Het betrekken van hen bij de zorg is nodig om samen (van waardevolle naar) waardevaste zorg te realiseren; zorg met een duurzaam effect en een aantoonbare (maatschappelijke) opbrengst. Maar zodra een organisatie vanuit die visie de goede dingen doet die passen bij het toekomstig stelsel dan ‘verminderen’ de prestaties in het huidige stelsel. Juist hier zit het dilemma bij het innoveren. En dan slaan stakeholders, zoals de inspectie, de banken, en zorgverzekeraars aan en ontstaat druk om die prestaties weer te maximaliseren. Kortom de neiging om terug te gaan naar het oude in plaats van vertrouwen dat nodig is voor vernieuwing.

Vanuit de gemeenten staat men eveneens te trappelen om aan de slag te gaan. Maar ook Peters vraagt om meer ruimte om verantwoordelijkheid te kunnen nemen. De Rijksoverheid wil de gemeente de verantwoordelijkheid wel geven maar legt daarbij wel te veel regels op terwijl de geldkraan verder dicht gaat. Als de Rijksoverheid niet durft  los te laten dan wordt het wel erg moeilijk voor gemeenten en instellingen om samen te vernieuwen. Peters: de Rijksoverheid stuurt op budget, recht op zorg, specialisatie en risicomijding. Maar geef ons nu het vertrouwen om samen met cliënten en hulpverleners nieuwe vormen te bedenken om de zorg verbeteren. Kortom: niet meer regels maar meer regelruimte!

Hoe we het ook wenden of keren, de zorg aan de jongeren gaat natuurlijk door en krijgt andere vormen, dit zal geleidelijk verlopen. Het moment van ‘overschakelen’ van het huidige stelsel naar een nieuw stelsel vraagt om tijdig anticiperen en innoveren van alle betrokkenen. Tot 1 januari 2015 zitten we  ‘gevangen’ in oude financierings- en verantwoordingssystemen en dit terwijl we  moeten voorsorteren op de nieuwe situatie.  Zorginstellingen krijgen te maken met een dubbele bedrijfsvoering, maar wat hebben de jongeren daaraan?

Deze grote verandering vraagt om een duidelijke agenda.  Het gaat over de zorg aan kwetsbare jongeren én aan de gezinnen waarvan zij deel uitmaken. Het is veel meer dan ‘t op 1 januari 2015  invoeren van een nieuw jeugdzorgstelsel. We willen verandering maar dit moet wel  gefaciliteerd en gestimuleerd worden. Aan de samenwerkende gemeenten in de regio Noordoost-Brabant zal het niet liggen, zij willen waarborgen treffen om zorginstellingen te laten innoveren zonder de last van het oude ‘model’. Het aanpassen van de spelregels is hiervoor nodig om daarmee in de regio ruimte te maken voor de toekomst. Anticiperen is moeilijk, zeker in onzekere tijden. Dit vraagt om durven loslaten én om vertrouwen in het samenspel in de regio!

Posted in: Uncategorized