Veel onderwijsgeld verspild

Posted on 4 april 2013

1


Veel onderwijsgeld wordt verspild aldus het Brabants Dagblad van 3 april jongstleden. Veel geld komt terecht bij mensen die geen substantiële bijdrage leveren aan de onderwijspraktijk. “Voor hen is een plaats in de luwte bedacht omdat ze disfunctioneren of omdat ze bij een fusie zijn overgeschoten.” Binnen het hoger onderwijs zou het percentage ‘verspild geld’ oplopen tot twintig procent. Afgezien van het percentage dat me wat aan de hoge kant lijkt, heeft de krant wel een punt. Maar niet alleen binnen het onderwijs. In elke sector zijn mensen werkzaam waarvan je het vermoeden hebt dat een ander beroep beter zou passen. Bovendien is de cultuur binnen het onderwijs aan het veranderen. Soms slaan we zelfs door naar de andere kant.

Ik ben jarenlang werkzaam geweest als (interim)leidinggevende binnen het onderwijs. En ik moet uit eigen ervaring en observatie toegeven dat echt sturen op het functioneren van docenten niet de best ontwikkelde competentie van veel schoolleiders was. En al helemaal niet wanneer de uiteindelijke conclusie getrokken moest worden dat ontslag de beste optie was. Bij startende docenten kan het gebeuren dat een jaarcontract niet wordt verlengd. Maar het is een absoluut unicum wanneer een niet functionerende docent die al jarenlang in dienst is (en al even lang niet functioneert) ontslagen wordt. Het disfunctioneren is al die jaren vaak nooit letterlijk benoemd en besproken. En al helemaal niet schriftelijk vastgelegd. Een ontslagaanvraag heeft dan juridisch ook weinig kans van slagen.

Eerlijk gezegd ken ik veel voorbeelden, bij alle scholen waar ik gewerkt heb, waarbij kinderen tekort kwamen omdat leidinggevenden niet konden of wilden sturen op docentengedrag. Al is die cultuur de laatste jaren wel aan het veranderen. (En in een enkel geval volkomen doorgeschoten naar de andere kant). Schoolleiders die ik spreek willen zeker sturen op kwaliteit. Soms hindert een starre houding van de vakbond. En je hebt nog steeds te dealen met een verleden waarbij er letterlijk niets op papier werd vastgelegd. Wanneer er geld genoeg is, bestaat bovendien de mogelijkheid om voor disfunctionerende docenten of oud-leidinggevenden baantjes te vinden waarbij de schade aan de organisatie geminimaliseerd kan worden. En ontslag op die manier voorkomen wordt. Soms is dat ook gewoon een elegante oplossing voor een moeilijk probleem. Maar de tijd dat (dis)functioneren gewoon geen onderwerp van gesprek was, is definitief voorbij.    

Het docentschap is een zwaar beroep. Een dagje functioneren op 80% kan eigenlijk niet. Leerlingen merken dat en geven vaak ‘directe feedback’. En in een tijdsgewricht waarbij ouders en leerlingen steeds mondiger worden, bureaucratie soms onwaarschijnlijke vormen aanneemt en de overheid druk bezig is alle aspecten van het onderwijs te juridiseren, is de positie van een docent vaak niet gemakkelijk. Een school moet een gemeenschap zijn. Een gemeenschap waarbij aan de ene kant heel veel van elkaar gevraagd kan en moet worden. En waar mensen elkaar ook oprecht aanspreken op houding, gedrag en functioneren. Maar waar aan de andere kant ruimte, tijd en veiligheid moeten zijn om je werk goed te kunnen doen. 

Niet zo heel lang geleden waren schoolleiders absoluut niet gewend om te sturen op kwaliteit. Nu zie je hier en daar de omgekeerde trend. Teveel nadruk op ‘meetbare kwaliteit’ en ‘klachten’ zorgt voor (de schijn van) een afrekencultuur. Schooldirecteuren moeten niet gaan spreken over onwillig of onbekwaam personeel. Maar over professionals van wie veel verwacht mag worden. En met wie ze samen verantwoordelijk zijn voor de best mogelijke onderwijskwaliteit voor onze kinderen. Dan wordt er zeker geen onderwijsgeld verspild.

Posted in: Uncategorized