Geen marktnormen binnen het sociaal verkeer alsjeblieft. Dankjewel!

Posted on 30 november 2012

4


“Dat de overheid niet alles kan oplossen is me duidelijk”, zei een ver familielid op een recent feestje. “Maar ik vind wel dat de overheid middelen moet vrijspelen om mensen te stimuleren weer voor elkaar te zorgen en ‘sleutelfiguren’ te faciliteren die een voortrekkersrol binnen het vrijwilligerswerk kunnen spelen.” Dat is geen goed plan wat mij betreft. Dat is vaker geprobeerd. En met averechts effect.

Uit onderzoek blijkt dat het introduceren van marktnormen binnen het sociaal verkeer leidt tot aantasting van sociale normen. Zo geven mensen uit ethische overwegingen graag bloed. Op het moment dat ze ervoor betaald worden nemen ze het geld aan en willen ze steeds meer. Wanneer de betaling teruggedraaid wordt en gevraagd wordt weer gratis bloed te geven gebeurt dit niet meer: de markt heeft de sociale overtuiging, de intrinsieke drive, tenietgedaan. We weten diep in ons hart wel dat het betalen voor diensten die uit sociale overtuiging uitgevoerd worden averechts werkt. Toch overtuigen we elkaar soms nog van het tegendeel. Zo betalen we (als waarschijnlijk enige gemeenschap ter wereld) grootouders om op hun kleinkinderen te passen. Niet zo lang geleden gingen vrijwel alle kinderen op zondag op bezoek bij opa of oma. Maar wanneer een verpleeghuis nu aan kinderen vraagt om vier uur per maand betrokken te zijn bij de zorg voor hun ouders, bijvoorbeeld door het maken van een praatje of samen een stukje te gaan wandelen, is het (verpleeg)huis te klein. Betalen voor wat normaal was en nog zou moeten zijn bouwt geen sociale samenleving op maar breekt ze af.

Onze maatschappij draait voor een groot deel op vrijwilligers. Op mensen die zich belangeloos inzetten voor elkaar. Van een klein afstandje heb ik meegemaakt hoe een bloeiende vereniging veel vrijwilligers kwijtraakte toen enkelen van hen een zogenaamde ‘vrijwilligersvergoeding’ kregen. In het begin was niemand tegen. De mensen die een vergoeding kregen zetten zich inderdaad dag en nacht in voor de vereniging. Maar dat duurde niet lang. Als eerste vertrok de man die ’s nachts zijn bed uit moest wanneer het alarm af ging. “Die ander wordt ervoor betaald en ik niet. Laat hem zelf zijn nest maar uitkomen.” In rap tempo volgden er meer. En de betaalde vrijwilligers niet als laatsten. Zij voelden zich zwaar onderbetaald voor al het werk dat ze deden.

In de vierde eeuw voor Christus definieerde Aristoteles de mens als van nature een sociaal wezen. De mens is, net als de meeste andere primaten, een groepsdier. De essentie van een groep is solidariteit. Zonder solidariteit kan een groep (gezin, voetbalclub, gemeenschap) niet bestaan. En zonder groep kan de kwetsbare mens (evolutionair gezien) niet bestaan. Laten we die van nature aanwezige solidariteit met al onze goede bedoelingen niet om zeep helpen. Geen marktnormen binnen het sociaal verkeer alsjeblieft. Dankjewel!

Posted in: Uncategorized