Onderstaande bijdrage verscheen in de Osse editie van het Brabants Dagblad op 14 januari 2012
De nieuwe vakbond voor leraren uit het voortgezet onderwijs “leraren in actie” heeft opgeroepen om de eerste drie dagen na de kerstvakantie te staken. “LIA” wil vooral protesteren tegen de verhoging van het aantal lesuren en de inkorting van de zomervakantie voor docenten. Ik vraag me net zoals de grotere onderwijsvakbonden af of het handig is direct na een vakantie te staken. En waarom gaat het in de discussie vooral over verworven rechten en niet over lesgeven en beroepseer?
In een van de moeilijkste buurten van New York is in 2009 een school opgericht met als filosofie “het beste onderwijs door de beste leraren”. De lijfspreuk van de TEP Charter school: “We love to teach”. De oude Grieken wisten het al: goed onderwijs is alleen mogelijk als leerling en leermeester intensief contact hebben en elkaar inspireren. Dat is nog steeds zo. Het gaat om contact: een gesprek voeren, uitdagen, inspireren.
Op het eerste gezicht lijkt de discussie over de verhoging van het aantal lesuren daar niet over te gaan. “Leraren in actie” klaagt over een onverantwoorde toename van de werkdruk voor docenten. Scholen klagen over gebrek aan geld. De extra lessen moeten natuurlijk wel worden betaald en dat zonder extra budget. En leerlingen staken omdat ze bang zijn de extra 40 klokuren te worden “opgehokt” zonder dat ze iets zinvols te doen krijgen.
Vanuit welk gezichtspunt je het ook bekijkt, leerling, leraar of schoolleiding. Als de bezwaren van betrokkenen terecht zijn, raakt het de kern van het onderwijs: er is geen geld en tijd voor echt contact!
De werkdruk in het onderwijs is hoog, zo stelt ook CNV-onderwijs. Onderzoek leert hen dat de oorzaken van die werkdruk vooral zijn: formulieren, rapportages, administratie en andere taken naast het lesgeven. Bovendien zegt het CNV, is de manier van communiceren en vergaderen vaak niet optimaal.
De leraar is ooit leraar geworden omdat hij of zij kinderen wilde helpen bij hun ontwikkeling. Niet omdat hij wilde vergaderen en administraties bijhouden. Een goede leraar is niet trots op zijn administratie, maar op een leerling die plotseling iets bijzonders doet. De werkdruk heeft dus niet te maken met te veel lessen, maar met te veel taken die docenten juist afleiden van het werkelijke contact met de leerlingen. Wanneer er niet genoeg aandacht is voor kinderen en gedegen voorbereiding van lessen, gaan leerlingen lessen terecht zien als ophokuren. Dan ziet een docent de toename van ‘contactmomenten’ juist als extra belastend. Dan zullen schoolleiders extra lessen vooral extra duur vinden in plaats van een mogelijkheid nog meer uit hun leerlingen te halen.
Op de TEP Charter School in New York hebben ze een radicale keuze gemaakt. Hun missie, het beste onderwijs met de beste leraren, hebben ze stevig doorgevoerd. Er is gekozen voor een eenduidig, eenvoudig en stabiel lesrooster. Voor Rust, Reinheid en Regelmaat binnen de school en vooral de organisatie. Minder taken buiten het lesgeven om; en weinig, kort en efficiënt vergaderen. Leraren geven er vooral graag, veel en goed les. “We love to teach”.
Uit eigen ervaring weet ik wat er bereikt kan worden wanneer een groep professionals en leerlingen beste uit zichzelf en elkaar probeert te halen. Wat een feest het kan zijn om bij te mogen dragen aan de ontwikkeling van jonge mensen, in de wetenschap dat persoonlijke kennis, ambacht, inzet, sociale vaardigheden en gedeelde waarden werkelijk verschil maken, nu en voor de rest van hun leven. Van die beroepseer horen we in de discussie over lesuren helaas te weinig.
Ik vind het zo bezien opvallend dat in de discussie over de 1040 urennorm alleen gekeken lijkt te worden naar de symptomen en niet naar de achterliggende oorzaken van werkdruk, financieringsproblemen en verminderde leskwaliteit. Ik vind het opvallend dat de terechte trots op dit mooie beroep tijdens de discussie afwezig lijkt. En als het in het onderwijs inderdaad gaat om contact tussen leraar en leerling, vind ik het vreemd dat ze juist protesteren tegen meer contacturen. De nieuwe wetgeving zou gebruikt kunnen worden als start van een gesprek tussen leerlingen, docenten, ouders en schoolleiding over de echte vraag binnen een school. De vraag of we genoeg doen wat we zouden moeten doen.
Mijn bijdrage is zeker geen pleidooi om alles af te schaffen wat niet direct met lesgeven te maken heeft. Ik pleit ook niet voor een hervorming van het onderwijs. Ik pleit voor een open blik, een onderzoekende houding en de wil het echte gesprek met elkaar te voeren. Ik vind dat de leraar de ruimte moet nemen die nodig is om dat mooie beroep uitstekend uit te oefenen.
Gijs van Sonsbeek
14 januari 2012
Hallo René,
Als ik dit zo lees zou ik zomaar het woordje leraar kunnen vervangen voor groepsopvoeder. Binnen alle takken van onderwijs, zorg en hulpverlening speelt dit op het moment.
Je afvragen wat de reden was waarom je in een bepaald beroepsveld werkzaam bent en werkzaam wilt blijven geeft mij een reele blik op de toekomst.
Ik ben het met je eens! Een open blik is wat mensen nodig hebben om met elkaar tot een oplossing te komen.
groeten,
Gijs van Sonsbeek – groepsopvoeder met een op de toekomst gerichtte open blik
Marieke
15 januari 2012
Bovenstaand stuk lijkt gebaseerd op het beeld dat in de media wordt geschetst. Een blik op de website van LIA en met name ook op de model-CAO die ze hebben opgesteld, leert het volgende:
“De beste leraar voor de klas, omdat leerlingen daar recht op hebben” is bij LIA het credo, er wordt gepleit om slecht functionerende docenten een verbeteringstraject te geven en als dat niet voldoende verbetering oplevert, te ontslaan. Het is kwaliteit, primaire proces centraal, kleinschaligheid wat bij LIA de klok slaat. Niks “alleen maar protest tegen meer lesuren” en niks “krampachtig vasthouden aan verworven rechten”. LIA schrijft juist dat er best met ze te praten valt over andere vakantiedata, dat is niet waar het om gaat, het gaat ze om verbetering van de kwaliteit. Die nadruk op kwaliteit, op het mooie beroep dat we hebben, is bij LIA juist veel sterker dan bij de traditionele bonden.
Lees voor een andere blik bijv. het artikel van Aleid Truijens van afgelopen week.