It takes a village to raise a child

Posted on 11 januari 2013

5


Met enige regelmaat zal op mijn weblog een gastbijdrage worden geplaatst. Deze eerste gastbijdrage is geschreven door Henk Reimert, directeur van jeugdzorginstelling De Maashorst.

Het is voor mij een eer dat ik ben uitgenodigd een bijdrage aan dit blog te leveren. Ik wil deze gelegenheid graag gebruiken om in te gaan op een onderwerp dat me al lang bezighoudt. Wat mij puzzelt heeft te maken met de veranderingen die breed in de zorg gaande zijn en waar ook de jeugdzorg mee te maken heeft.

Er wordt ingrijpend gereorganiseerd. Dat heeft te maken met de financiële crisis die gaande is, maar er is meer aan de hand. De afgelopen decennia is de vraag naar allerlei vormen van zorg steeds groter geworden. Dat heeft niet alleen grote financiële consequenties, maar is ook reden voor zorg. Is Nederland, of de Nederlandse burger ziek, om met oud-premier Lubbers te spreken? Kunnen Nederlanders hun kinderen niet meer opvoeden? Is er een pedagogische crisis?

Toen we begonnen met het inrichten van onze verzorgingsstaat (die nu dus te duur is geworden), in de jaren na de oorlog, leefden we nog in een ‘wij-cultuur’. Het was een tijd van sterke verbondenheid, die werd gerealiseerd binnen verschillende zuilen.

In de periode waarin de verzorgingsstaat zich verder ontwikkelende kregen we te maken met twee fenomenen: professionalisering en individualisering. Deze hebben beide veel invloed gehad op de wereld waarin we nu leven en op de problemen die we nu hebben.

Professionalisering betekent dat we de hulp die wordt geboden steeds beter hebben gemaakt.  De opleidingen zijn verbeterd en er zijn allerlei systemen ontwikkeld om de zorg optimaal vorm te kunnen geven. Dat is op zich een grote vooruitgang. Veel problemen waar de jeugdzorg mee te kampen heeft zijn complex. Het kan gaan om erg ontwrichte gezinnen en zeer beschadigde kinderen en jongeren waar de ‘gewone’ burger slecht mee uit de voeten kan. De professionals in de jeugdzorg hebben geleerd met deze problematiek om te gaan en het hulpverleningssysteem heeft allerlei mechanismen om hier toch mee te kunnen werken. In de praktijk betekent dit echter wel dat het normale leven en de burger die daar in leeft steeds minder plaats heeft gekregen in de professionele wereld.

De volgens sommigen benauwde naoorlogse jaren (denk aan Gerard Reve met zijn ‘De Avonden’) van saamhorigheid werden opgevolgd door de jaren zestig en zeventig waarin de individuele vrijheid hoog in het vaandel kwam te staan. Naast de verzorgingsstaat ontwikkelde zich ook de consumptiemaatschappij, gevormd door ongebonden burgers. Volgens de filosoof Ad Verbrugge leiden vrijheid en ongebondenheid tot een systeem dat “verwoestend is voor sociale verhoudingen en vertrouwen in de samenleving, met als gevolg geweld, eenzaamheid, depressie of erger. Bovendien leiden ze tot een ongebreideld narcisme, een ego cultus die waarden als publieke verantwoordelijkheid, medeleven of plicht jegens anderen doet verdampen, totdat er slechts één waarde overblijft: de eigenwaarde”.

Onze huidige samenleving is een echte ‘ik-cultuur’ geworden. Het heeft ons veel gebracht, maar we zijn ook het nodige kwijtgeraakt. Wat we vooral zijn verloren is de burger, de mens die er toe doet en het verschil kan maken. De burger is geen professional; de burger is consument geworden. Als we de verandering in de zorgsystemen goed willen aanpakken zullen we de burger daar veel meer in moeten betrekken (en niet de consument). Het opvoeden van (ook heel moeilijke kinderen die erge dingen hebben meegemaakt) kinderen is een volkszaak, daar moet de burger bij betrokken zijn. De burger is er nog en de eerste gemeenschap van burgers is de gemeente. Van de Nederlandse bevolking verricht 20% vrijwilligerswerk en mantelzorg is nog steeds de zorg die het meest wordt uitgevoerd. Door de burgers te betrekken kunnen we de slag maken om ‘onze jong’(citaat wethouder die ik ken) allemaal op te laten groeien tot volwaardige burgers. Het citaat uit Afrika (waar nog veel wij-cultuur is) begint sleets te raken, maar raakt wel de kern: ‘it takes a village to raise a child’.

Henk Reimert,

(met dank aan Mulock Houwer lezing 2012 van Adri van Montfoort)


Posted in: Uncategorized