Middelbare scholen in Noord-Brabant halen het meeste uit hun leerlingen. Dat meldt de Volkskrant op 8 december. “De vwo’s, havo’s en vmbo-b’s in de provincie scoren allemaal zeer goed. Dat blijkt uit berekeningen van onderwijssocioloog Jaap Dronkers.” Hoewel deze conclusie wel wat genuanceerd zou kunnen worden, doen we het in Brabant blijkbaar relatief erg goed. Dat is een mooi begin want er valt nog genoeg te verbeteren.
Volgens de Volkskrant valt het feit dat Brabant zo goed scoort te verklaren uit de economische en culturele ‘sprong’ die de provincie de afgelopen decennia heeft gemaakt. Gecombineerd met een stevige (katholieke) onderwijstraditie die gericht is op het bestrijden van achterstanden. Het sterke van die onderwijstraditie zou de relatieve afstand tot bestuurlijke processen zijn. En daardoor een grotere koersvastheid. In mijn woorden werkt een zekere eigenwijsheid dus beter dan blind alle grillen en plannen volgen en ‘overal aan mee willen doen.’
Ik denk inderdaad dat het er om gaat zoveel mogelijk uit je leerlingen te halen. En ik denk zeker dat (naast excelleren) het bestrijden van achterstanden van het allergrootste belang is. Ik heb het al vaker geschreven. Hoe lager het opleidingsniveau van kinderen, hoe ingewikkelder hun leven. Het zou mooi zijn wanneer scholen zich primair dààr op zouden richten. Toch herken ik het beeld dat Brabantse scholen zich zo koersvast op hun kerntaken richten maar ten delen. De afgelopen jaren zijn veel scholen zich gaan richten op ‘leuke dingen die ook nuttig kunnen zijn.’ De universumschool concurreert met het tweetalige onderwijs. De cultuurprofielschool concurreert met het internationaliseringsprogramma van de ander. De Bèta Plus variant van school A wordt vergeleken met het entrepenasium van school B of het technasium van school C. Enzovoort, enzovoort. Ik durf de stelling wel aan dat veel van deze ‘vernieuwing’ haar wortels vindt in eenmalige subsidiegelden en concurrentieoverwegingen, en niet op de eerste plaats voortkomt uit onderwijskundige motieven.
Iets extra’s doen is leuk. En maatwerk leveren is geweldig. Maar teveel ‘projecten’ en ‘bijzondere onderwijsprogramma’s’ kosten geld, veel energie, veel druk op het lesrooster en veel onrust binnen een organisatie. In die zin leidt profileringsdrang af van het kernproces. Generaal en organisatiedeskundige Heinz Guderian zei: “Man schlägt jemanden mit der Faust und nicht mit gespreizten Fingern”. Met andere woorden: wil je echt een kwaliteitsslag maken, dan moet je je concentreren op je kerntaak. En wat mij betreft meer dan nu het geval is.
anton hoven
13 december 2012
Een van de kerntaken van het onderwijs is het zorgen dat elk kind in de klas bediend wordt. Daartoe is het leren omgaan met leerlingen in verschillende leer en leefstijl nodig. Het is pas heel kort dat daar aandacht voor is. Dit soort werk vergt veel energie en levert geen uitstraling op in termen van een profielschool. Ik ben het met je eens dat de scholen hun kerntaak moeten oppakken. Een discussie wat hun kerntaken zouden moeten zijn zie ik graag door jou worden aangezwengeld.