Je kunt je werk doen. Maar je kunt je werk ook met liefde doen. Na een dagje stagelopen bij het kinderhuis van stichting de Maashorst in Reek, heeft dat me nog het meest geraakt. Het houden van “onze jong” en de vertaling van die liefde in aandacht en warmte voor kinderen. Een mens heeft eten en drinken nodig, en een dak boven zijn hoofd. Maar zonder liefde gaat het niet.
De wereld van de jeugdzorg is in beweging. Gemeenten worden in razend tempo verantwoordelijk voor de zorg voor onze jeugd. Die transitie vindt plaats binnen een enorm krachtenveld van belangen en verantwoordelijkheden.Ik zie als bestuurder een enorm complex aan financieringsstromen, instellingen met hun eigen belangen, incidentenpolitiek en publieke opinie. Hoe kunnen we daar mee omgaan? Hoe vinden we daarin met elkaar een weg?
Een ding is duidelijk. Wanneer we van de transitie een succes willen maken dan zullen we het samen moeten doen. Die wil tot echt samenwerken is er. Tenminste gemeenten en instellingen spreken dat met woorden zo uit. Maar als in het verleden behaalde resultaten een indicatie zijn voor de toekomst, dan blijft het bij uitgesproken goede bedoelingen. En blijft de transitie een verlegging van verantwoordelijkheden zonder dat er echt iets verbeterd. Stappen over de eigen schaduw, om maar eens een modeterm te gebruiken, is moeilijker dan je denkt. Zeker wanneer we elkaar niet echt vertrouwen.
Een kat en een hond verstaan elkaar niet. Ze spreken in de meest letterlijke zin van het woord een andere taal. En, als we eerlijk zijn dan is dat tussen mensen die politiek, voor de zorg en voor de financiën verantwoordelijk zijn niet echt anders. Doordat ieder een andere invalshoek heeft, vindt het echte gesprek niet altijd plaats. We lijken het met woorden soms eens, maar blijft er een zekere grondtoon van onbegrip (durf ik te zeggen wantrouwen?) tussen instellingen en gemeenten bestaan. En dat kunnen we nu net niet hebben.
Misschien moeten we zoeken naar een verhaal. Misschien moeten we zoeken naar een verhaal dat past voor ons allen. En misschien is de start van zo’n verhaal wel de liefde voor “onze jong”. De stage die ik gelopen heb heeft me wat dat betreft goed gedaan.
Els
24 juli 2012
Leuk om te lezen dat u het werk in Reek zo waardeerd.Mijn zoon heeft daar enkele jaren verbleven en ondanks verdriet dat je kind niet thuis woont,voelde het als een heel warm bad. Daarom is de douch vaak ijskoud als je kind thuis komt wonen en je een beroep op wmo moet doen.Vaak de geen kennis hebben van…. maakt dat ouders zich onbegrepen,onmachtig voelen.Het is vaak geen onwil van de medewerkers maar het niet kunnen snappen.Dat is mij het meest tegen gevallen na een paar jaar alleen maar een woord zeggen en begrepen worden.Ook regels lopen soms zo krom dat je er financieel sterk op achteruit gaat omdat je kind thuis woont.Ik hoop dat als er meer naar de gemeente komt het ook voor ouders makkelijker wordt en niet naar bekende kastje muur komt.Ik ben niet jaloers op uw werk want er zijn vele belang en geldstromen. Maar dit soort bezoeken is wel een stap naar begrip en weten waar je het over hebt.Nu spreekt je hart en niet koude cijfers alleen